ECLI:NL:GHSGR:2009:BK7117
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.C.M. van Dijk
- R.C. Schlingemann
- N.M. van der Horst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vordering ontruiming na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst
De zaak betreft een geschil over de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte tussen een verhuurder en huurder. De verhuurder had de huurovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn van één jaar, maar stelde zijn vordering tot beëindiging en ontruiming niet tijdig in.
De kantonrechter had de vordering van de verhuurder toegewezen, maar het hof oordeelde dat de verhuurder onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had gesteld waaruit bleek dat hij na de opzegtermijn nog steeds de huurovereenkomst wilde beëindigen. Hierdoor werd aangenomen dat de verhuurder van beëindiging afzag.
Het hof vernietigde de vonnissen van de kantonrechter en wees de vordering van de verhuurder af. Tevens werd de verhuurder veroordeeld in de kosten van beide instanties. De beslissing is gebaseerd op de uitleg van artikel 7:295 BW Pro en de wetsgeschiedenis, waarbij het instellen van de vordering niet onbeperkt kan worden uitgesteld.
Uitkomst: De vordering van de verhuurder tot ontruiming wordt afgewezen wegens niet tijdig instellen en ontbreken van een andere bedoeling.