ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2031
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over fiscale kwalificatie pand als ondernemingsvermogen bij staking onderneming
Belanghebbende zette vanaf 1964 een onderneming voort in een pand dat zijn echtgenote in 1966 kocht. De begane grond werd als bedrijfsruimte gebruikt, de bovenwoning door belanghebbende en zijn echtgenote als woning. Hoewel het pand juridisch en economisch eigendom bleef van de echtgenote, boekte belanghebbende het pand vanaf 1966 als ondernemingsvermogen en bracht hij kosten en afschrijvingen ten laste van de winst.
De Inspecteur corrigeerde de belastingaanslag over 2002 met een bedrag van €300.000 vanwege de stakingswinst die zou zijn behaald bij overgang van het pand naar privévermogen. Belanghebbende bood een tegemoetkoming aan, maar het hof vond deze onvoldoende. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet door een eenvoudig wilsbesluit het pand tot ondernemingsvermogen kon rekenen omdat het eigendom bij zijn echtgenote bleef.
Het hof stelde vast dat belanghebbende het pand als ondernemingsvermogen presenteerde en daarvan fiscale voordelen genoot, waardoor een deel van de winst buiten de belastingheffing zou blijven. Daarom moet belanghebbende een redelijke tegemoetkoming bieden, die het hof vaststelde op €70.000. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €75.751 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van €4.550. De verzuimboete bleef gehandhaafd en de Inspecteur werd veroordeeld in proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Aanslag verminderd tot belastbaar inkomen uit werk en woning van €75.751 en inkomen uit sparen en beleggen van €4.550; verzuimboete gehandhaafd.