ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9513
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.H.W. de Planque
- J.A. van Kempen
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Te boek stelling van binnenschepen en geldigheid pandrecht op casco's
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of te water gelaten casco's van binnenschepen als afgebouwde schepen kunnen worden teboekgesteld en of daarop een recht van hypotheek of pandrecht kan rusten. Het hof bevestigt dat een casco dat nog verder moet worden afgebouwd, volgens het verdrag en de Nederlandse wetgeving als een schip in aanbouw moet worden beschouwd en dus niet als afgebouwd schip kan worden teboekgesteld. De teboekstelling van de casco's in het schepenregister te Rotterdam was daarom niet rechtsgeldig en het daarop gevestigde hypotheekrecht van KBC is niet geldig.
Het hof beoordeelt vervolgens het pandrecht dat KBC ten laste van de casco's heeft gevestigd. Ondanks het ontbreken van een geldig hypotheekrecht, is het pandrecht geldig als zekerheid voor alle verplichtingen van DMA jegens KBC uit de oorspronkelijke en aanvullende kredietfaciliteiten. KBC had op grond van de kredietovereenkomsten en de Algemene Bankvoorwaarden het recht om aanvullende zekerheden te verlangen, wat in redelijkheid kon worden aangenomen gezien de vertragingen en problemen met de casco's.
De stellingen van [appellante] dat het pandrecht nietig of vernietigbaar zou zijn wegens paulianeus handelen of onrechtmatige benadeling van schuldeisers worden verworpen. Ook de klachten over de wijze van executoriale verkoop en de rangregeling van advocatensalarissen worden afgewezen. Het hof verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere behandeling van een beperkt onderwerp betreffende de executoriale verkoop.
Uitkomst: De teboekstelling van casco's als afgebouwde binnenschepen was niet rechtsgeldig, maar het pandrecht van KBC op de casco's is geldig als zekerheid voor de kredietfaciliteiten.