ECLI:NL:GHSGR:2011:BR3074
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- C.J. Verduyn
- J.E.H.M. Pinckaers
- J.C.N.B. Kaal
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring en zekerheidstelling in hoger beroep inzake bemiddelingsovereenkomsten
In dit incident heeft het gerechtshof 's-Gravenhage op 24 mei 2011 uitspraak gedaan over een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring (ubvv) van bepaalde onderdelen van een eerder vonnis in een geschil tussen [A] Vastgoed B.V. en Ontwikkelingsmaatschappij Lloydpier B.V. Het geschil betreft bemiddelingsovereenkomsten voor de verkoop van appartementen waarbij conflicten waren ontstaan.
Lloydpier vorderde primair de schorsing van de ubvv van de onderdelen die betrekking hadden op een mededelingsplicht aan [A] door andere makelaars en een dwangsomregeling, en subsidiair dat aan de ubvv de voorwaarde van zekerheidstelling zou worden verbonden. [A] verzette zich tegen deze vorderingen.
Het hof overwoog dat voor schorsing van de ubvv vereist is dat de executant geen redelijk belang heeft bij onmiddellijke tenuitvoerlegging, bijvoorbeeld bij misbruik van executiebevoegdheid. Lloydpier kon echter geen feiten aanvoeren die een dergelijke misstand aannemelijk maakten. Ook het gestelde restitutierisico was onvoldoende concreet onderbouwd. De subsidiaire vordering tot zekerheidstelling werd daarom eveneens afgewezen.
Het hof wees de incidentele vordering af, veroordeelde Lloydpier in de proceskosten van het incident en verwees de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling. Hiermee bevestigde het hof het belang van zorgvuldige motivering bij executie en het stellen van zekerheid, maar vond geen aanleiding tot schorsing in dit geval.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot schorsing van de uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring en zekerheidstelling af en veroordeelt Lloydpier in de proceskosten.