ECLI:NL:HR:2004:AO5123
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid tot schorsing van tenuitvoerlegging in cassatieprocedure
In deze zaak vorderde Corporate Value Associates B.V. (CVA) bij de Hoge Raad schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van de voorzieningenrechter dat haar verplichtte medewerking te verlenen aan een fiscaal onderzoek van de Staat. De voorzieningenrechter had dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het hof had dit vonnis bekrachtigd. CVA verzocht in cassatie om de schorsing van de tenuitvoerlegging, met name om te voorkomen dat de Staat de reeds verkregen inlichtingen zou gebruiken.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen bepaling bevat die de Hoge Raad bevoegd maakt om de schorsende werking van het cassatieberoep te herstellen. De eerdere wettelijke bevoegdheid daartoe (art. 406 Rv Pro) was vervallen en niet teruggekeerd in de huidige procesrechtelijke regeling. De wetgever heeft bewust geen voorziening opgenomen voor schorsing in cassatie, omdat schorsing van tenuitvoerlegging slechts bij hoge uitzondering gerechtvaardigd is en beter via kort geding kan worden beoordeeld.
De Hoge Raad verklaarde CVA niet-ontvankelijk in haar incidentele vordering tot schorsing en veroordeelde haar in de kosten van het incident. Hiermee bevestigde de Hoge Raad dat schorsing van de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis in cassatie niet mogelijk is, en dat de juiste weg voor dergelijke verzoeken kort geding is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart CVA niet-ontvankelijk in haar incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis.