ECLI:NL:GHSHE:2006:AX3088
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. van der Voort
- J. Swinkels
- W.F.G. Wijnen
- Rechtspraak.nl
Berekening dagenbreuk voor buitenlandse belastingplichtige volgens Hoge Raad
Belanghebbende, een Amerikaanse werknemer uitgezonden naar Nederland, betwistte de berekening van de dagenbreuk die bepaalt welk deel van haar inkomen in Nederland belastbaar is. De discussie spitste zich toe op de juiste noemer van de breuk: 261 werkdagen (voor aftrek van verlof) of 204 werkdagen (na aftrek).
Het hof overwoog dat de Hoge Raad in een eerder arrest had vastgesteld dat het loon dat aan de werkstaat moet worden toegerekend, berekend wordt door het jaarloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller het aantal dagen daadwerkelijk gewerkt in de werkstaat is en de noemer het aantal kalenderdagen minus weekenden, vakantiedagen en feestdagen. Nederland is in dit geval de werkstaat.
Belanghebbende stelde dat deze berekeningswijze niet omgekeerd kan gelden voor buitenlandse belastingplichtigen, maar het hof verwierp dit en volgde de uitleg van de Hoge Raad. Ook het beroep op terugwerkende kracht werd afgewezen, omdat arresten van de Hoge Raad in principe onmiddellijk van toepassing zijn op nog niet onherroepelijke aanslagen.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanslag eerder te laag dan te hoog was vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag op basis van de dagenbreuk met noemer 204.