ECLI:NL:OGHNAA:2009:BI4776
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap en nalatenschap in Nederlandse Antillen
Appellante verzocht het Hof om vast te stellen dat zij in familierechtelijke betrekking staat tot Frederik, dat hij haar biologische vader is, en dat zij medegerechtigd is tot zijn nalatenschap. Het Hof constateerde dat de Nederlandse Antillen geen wettelijke regeling kennen voor gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, maar dat een ontwerp-Landsverordening in behandeling is bij de Raad van Advies.
Het Hof overwoog dat, gelet op artikel 8 EVRM Pro, een vaderloos kind in beginsel aanspraak kan maken op gerechtelijke vaststelling van vaderschap. Echter, in dit geval was de putatieve verwekker reeds overleden, en belangrijke rechtspolitieke keuzes omtrent deze kwesties zijn nog niet gemaakt. Het Hof achtte het daarom passend om op de wetgever te wachten en het verzoek af te wijzen.
Verder stelde het Hof vast dat appellante reeds overtuigd is van haar vaderschap en dat een feitelijke vaststelling geen rechtsgevolgen heeft. Ook het verzoek tot medegerechtigdheid tot de nalatenschap werd afgewezen. De kosten van de procedure worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap en medegerechtigdheid tot nalatenschap wordt afgewezen wegens ontbreken van wetgeving en lopende rechtspolitieke keuzes.