ECLI:NL:OGHNAA:2009:BJ6210
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- L.C. Hoefdraad
- G.C.C. Lewin
- H.L. Wattel
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en bijdrage verzorgingskosten kind in Aruba
De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van haar kind door de natuurlijke vader. Hoewel de Arubaanse wetgeving deze mogelijkheid niet kent, heeft het Hof eerder op basis van artikel 8 en Pro 14 EVRM een dergelijke vaststelling uitgesproken. De natuurlijke vader verzet zich niet langer tegen het vaderschap zelf, maar alleen tegen het naamsgevolg.
Tijdens de procedure heeft het Hof overwogen dat het belang van het kind zwaarder weegt dan het bezwaar van de vader tegen het gebruik van zijn geslachtsnaam. Tevens is vastgesteld dat het kind door de vaststelling het Nederlanderschap verkrijgt en recht heeft op medische voorzieningen. Het Hof heeft een ouderbijdrage van Afl. 250,- per maand vastgesteld, ingaande 1 augustus 2009, rekening houdend met de financiële situatie van de vader.
Het Hof vernietigt de bestreden beschikking, stelt het vaderschap vast met terugwerkende kracht tot de geboorte van het kind, en beveelt de griffier een aantekening te maken bij de geboorteakte. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het vaderschap wordt gerechtelijk vastgesteld en de vader wordt veroordeeld tot een maandelijkse bijdrage van Afl. 250,- in de kosten van verzorging en opvoeding.