ECLI:NL:GHSHE:2009:BK1176
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- A.C.J. Viersen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing op restbegunstiging uit pensioenregeling woonstaat Duitsland
Belanghebbende, een inwoner van Duitsland, ontving in mei 2006 een restbegunstiging uit de pensioenregeling van zijn in 2005 overleden vader. Nationale Nederlanden hield daarop loonheffing in, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelde dat de uitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking moest worden aangemerkt en dat de heffing aan Duitsland toekwam, waardoor de inhouding van loonheffing onterecht was.
De inspecteur stelde in hoger beroep dat de uitkering onder artikel 10 van Pro het belastingverdrag viel, wat heffing door Nederland zou rechtvaardigen. Het hof volgde echter de rechtbank en de Hoge Raad in de kwalificatie dat de uitkering onder artikel 12 van Pro het verdrag valt, dat betrekking heeft op pensioenen en soortgelijke uitkeringen, en derhalve aan de woonstaat Duitsland toekomt.
Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat de restbegunstiging niet tot verzorging bij ouderdom, ziekte of arbeidsongeschiktheid zou strekken en dat daarom een andere toedeling zou gelden. Het hof wees erop dat deze eis niet uit het verdrag volgt en alleen in specifieke ontslagvergoedingsgevallen van toepassing is.
Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd een griffierecht geheven voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.