ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2031
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- S.F. Schütz
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst na verwijzing Hoge Raad
In deze arbeidszaak staat de vraag centraal welke schadevergoeding Hendrikus Johannes Maria Rutten toekomt wegens kennelijk onredelijke opzegging van zijn arbeidsovereenkomst door WNO-Bedrijven h.o.d.n. Breed. Na verwijzing door de Hoge Raad richt het hoger beroep zich uitsluitend op de omvang van de toe te kennen schadevergoeding.
Het hof overweegt dat Rutten door het verlies van zijn arbeidsplaats is aangewezen op een uitkering, maar dat zijn kansen op de arbeidsmarkt niet volledig verloren zijn. Breed heeft zich na het conflict serieus ingespannen om een oplossing te vinden, maar het conflict bleef voortduren mede door de houding van Rutten. De materiële schade wordt vastgesteld op het verschil tussen het inkomen uit arbeid en uitkering gedurende maximaal twee jaar, begroot op €24.231,84 bruto.
Daarnaast heeft Rutten immateriële schade gesteld, maar het hof oordeelt dat deze hoofdzakelijk voortkomt uit ongenoegen en niet uit aantasting van de persoon die vergoeding rechtvaardigt. De aansprakelijkheid voor de schade wordt met toepassing van artikel 6:101 BW Pro verdeeld, waarbij Breed voor 35% aansprakelijk wordt gehouden. Dit leidt tot een schadevergoeding van €8.500 bruto.
Het vonnis van de rechtbank Arnhem wordt vernietigd voor zover het aan het oordeel van het hof is onderworpen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is gewezen door het gerechtshof 's-Hertogenbosch en op 18 oktober 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Breed wordt veroordeeld tot betaling van €8.500 bruto schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging met gedeeltelijke aansprakelijkheid van Rutten.