Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
opnieuw de nodige meningsverschillen zijn ontstaan.(…)Voorts bestaat er verschil van mening over de omstandigheden waaronder werknemer de werkzaamheden moest verrichten. Hij heeft zich uiteindelijk genoodzaakt gezien gerechtelijke procedures te starten, waarin onder meer wedertewerkstelling is gevorderd. Daarmee constateren wij dat zich sinds de eerdere procedure nieuwe ontwikkelingen hebben voorgedaan die de relatie met werknemer verder onder druk hebben gezet. Verder blijkt dat inmiddels het voltallige bestuur heeft verklaard geen vertrouwen meer te hebben in samenwerking met werknemer. Het is evident dat juist in de relatie bestuur-directeur een zeer grote vertrouwensband van cruciaal belang is. Onder de gegeven omstandigheden zijn wij van mening dat niet valt in te zien welke middelen en mogelijkheden thans nog benut kunnen worden om alsnog tot een vruchtbare samenwerking te komen.