ECLI:NL:GHSHE:2012:BV9109
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens voortijdige oplegging en onjuiste betalingseis
Belanghebbende kocht een auto in Duitsland en deed aangifte BPM bij registratie in Nederland, waarbij hij de auto als gebruikt aanmerkte en BPM berekende op €21.394. De Inspecteur kwalificeerde de auto als nieuw, berekende €24.037 BPM en legde een naheffingsaanslag van €2.643 op. Belanghebbende betaalde het door hem aangegeven bedrag niet direct vanwege automatiseringstechnische redenen en betaalde uiteindelijk het hogere bedrag na naheffingsaanslag.
Het hof oordeelt dat de naheffingsaanslag voortijdig is opgelegd, omdat volgens artikel 20 AWR Pro naheffing pas kan plaatsvinden nadat de belasting materieel verschuldigd is, namelijk bij registratie van de auto. Het wettelijke systeem vereist dat betaling van een hoger bedrag dan aangegeven pas na registratie en naheffingsaanslag kan worden geëist. De naheffingsaanslag is daarom vernietigd en het beroep tegen de aangifte niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast veroordeelt het hof de Inspecteur tot vergoeding van griffierechten en proceskosten, vanwege een onrechtmatige werkwijze bij het opleggen van de naheffingsaanslag. De Inspecteur heeft de werkwijze inmiddels aangepast. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 23 februari 2012.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is vernietigd omdat deze voortijdig is opgelegd vóór registratie en betaling van het hogere bedrag.