Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een schriftelijke kennisgeving legeskosten voor een bouwvergunning, maar het hof oordeelt dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend. De brief die als bezwaarschrift werd aangemerkt, was pas na de wettelijke termijn van zes weken bij de gemeente gedeponeerd.
Het hof weegt dat belanghebbende geen verschoonbare reden heeft gegeven voor de termijnoverschrijding en wijst het verzoek om heropening van het onderzoek af. Verder stelt het hof vast dat de brief van 2 april 2009 niet als bezwaar tegen de aanslag II kan worden aangemerkt, maar hoogstens als een beroepschrift tegen een eerdere beslissing, dat niet tijdig was ingediend bij de rechtbank.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak van de Heffingsambtenaar, en verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in bezwaar. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.