ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ4995
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- B.A. Meulenbroek
- W.H.B. den Hartog Jager
- G.J. Vossestein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verdeling pensioenrechten na ontbinding huwelijk voor invoering Wet verevening pensioenrechten
Partijen zijn in 1965 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 1990 gescheiden, met een vonnis dat de vrouw veroordeelde tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap. De man bouwde tijdens het huwelijk pensioen op, dat niet in de verdeling was betrokken. De vrouw vordert de verdeling van deze pensioenrechten, gebaseerd op het Boon/Van Loon-arrest uit 1981.
De man voert verweer dat de gemeenschap volledig is verdeeld en dat de vordering verjaard is volgens artikel 3:306 BW Pro. De rechtbank oordeelde dat pensioenrechten als 'overgeslagen goed' kwalificeren en dat de vordering niet verjaard is, omdat het een verdelingsvordering betreft die niet aan verjaring onderhevig is.
Het hof bevestigt deze beoordeling en wijst het beroep op verjaring af. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd en de man wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak benadrukt dat het vonnis van 1990 geen verdeling van pensioenrechten bevatte, zodat deze nog kunnen worden verdeeld als gemeenschapsgoed volgens artikel 3:179 lid 2 BW Pro.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de pensioenrechten als overgeslagen goed kunnen worden verdeeld en wijst het beroep op verjaring af.