Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 132551/HA ZA 04-786)
2.Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
De rechtbank oordeelde voorts dat de kosten van interim-management voor vergoeding in aanmerking komen, dat er van moet worden uitgegaan dat [geïntimeerde] tot aan de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben doorgewerkt (gedurende 60 uur per week) met een trapsgewijze afbouw gedurende de laatste tien jaren, en dat de buitengerechtelijke kosten van mr. Baetens (€ 29.791,08) voor vergoeding in aanmerking komen, evenals de “overige schade” van € 2.500,--. Het smartengeld heeft de rechtbank begroot op € 18.000,--.
- Grief 2 : nadere medische gegevens (patiëntenkaart) nodig?
- Grief 3 en 4: deskundigheid [neuroloog 1] t.a.v. vaststellen beperkingen, waarde rapport [arbeidsdeskundige 1]
- Grief 5: moet het rapport van [arbeidsdeskundige 1] of dat van [arbeidsdeskundige 3] worden gevolgd?
- Grief 6, 7, 8 en 9: restverdiencapaciteit met ongeval
- Grief 10: hypothetisch inkomen zonder ongeval
- Grief 11: hoogte smartengeld.
- Grief 12 en 13: kosten van interim-management 2000 t/m 2003 als vermogensschade
- Grief 14 en 15: berekening kosten vervanger vanaf 2004, uitgaan van bruto-bedragen
- Grief 16 en 17: gerealiseerd en hypothetisch bedrijfsresultaat na/zonder ongeval
- Grief 18: schade hoger dan de verzekerde som
- Grief 19: wettelijke rente.
- Voorwaardelijke grief 1: de feitelijke gang van zaken in [handelsfirma] (r.o. 2.14, 2.15 eindvonnis van 4 april 2012)
- Voorwaardelijke grief 2: gezinsinkomen in aanmerking nemen
- Voorwaardelijke grief 3: winstverdeling tussen [geïntimeerde] en haar echtgenoot in situatie zonder ongeval.
- een stijf gevoel aan de nekstreek die toeneemt bij vermoeidheid of wanneer zij lang een houding aanneemt, pijn overwegend links in de nek en doortrekkend naar de schedel bij rotatie; altijd zware knellende sensatie om het hoofd;
- wat verminderde kracht aan de armen;
- continue hoofdpijn;
- wat gedeprimeerde stemming, geen goed geheugen, redelijke concentratie
- wat hyperesthesie (overmatige gevoeligheid voor prikkels).
Betrokkene toont thans het beeld van een asymmetrisch, licht tot matig postwhiplashsyndroom met neuropsychologische elementen in aansluiting aan een doorgemaakt typisch acceleratieletsel en mogelijk daarbij optredende lichte commotionele problematiek. Actueel toont zij voorts hoofdpijnen die ten dele te duiden zijn als een tension headache.”
Actueel blijven er resterende klachten bestaan, die dusdanig zijn dat betrokkene beduidend disfunctioneert op de diverse vlakken van het leven.”(vraag 1)
) enkele indicatie dat aggravatie, simulatie of psychopathologie een rol van betekenis spelen in het huidige klachtenpatroon en de bevindingen die wij hebben gedaan.”(vraag 3)
Bij arbeid in het algemeen heeft betrokkene een verhoogde vermoeibaarheid en krijgt toegenomen pijn wanneer zij lang één houding moet aanhouden of zwaardere arbeid moet verrichten. In zijn algemeenheid heeft betrokkene beperkingen bij het verrichten van lichamelijk zwaardere en met name nekbelastende bezigheden, vooral wanneer deze wat langer moeten worden volgehouden of in een bijzondere stand van de nek. Hierbij valt te denken bijvoorbeeld aan gebukt of gebogen werken, boven schouderhoogte werken, maar ook aan zwaar tillen, sjouwen, duwen of trekken. Gezien haar verhoogde vermoeibaarheid met daarbij optredende storingen in geheugen en de concentratie, moet worden aangegeven dat betrokkene het beste kan werken in neen stabiele werkomgeving zonder veel afleiding of lawaai. “(vraag 4a)
Ons oordeel over het beloop en de eindtoestand is gebaseerd op uitvoerige studie van voorliggende gegevens, uitvoerige litteratuurstudie en uitvoerige kennisname van de rapportages van alle behandelende artsen, neuropsychologen, psychologen en fysiotherapeuten. Een alternatieve verklaring dan door ondergetekende wordt gegeven voor de problematiek van betrokkene is niet gegeven en ook niet plausibel op grond van nevenschikkende argumenten. Het moge duidelijk zijn dat prof. dr [neuroloog 2](neuroloog, hof
) geen volwaardig alternatief geeft voor de door betrokkene gepresenteerde problematiek, behoudens, naar wij begrijpen, een vorm van malingering dan wel psychiatrische stoornis. Wij zijn het hier als clinicus die tot driemaal toe uitvoerig betrokkene heeft onderzocht niet mee eens en persisteren bij ons oordeel. “
moetworden ingeschakeld.
Wilt u de door u bevestigde beperkingen zo uitgebreid mogelijk omschrijven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige? “ Op de vraag aan [arbeidsdeskundige 1] of hij een beperkingenpatroon door een verzekeringsgeneeskundige wilde laten opstellen heeft [arbeidsdeskundige 1] geantwoord dat dat vooralsnog achterwege is gelaten omdat de beschrijving van [neuroloog 1] in dat stadium toereikend was. Na het tweede rapport van [neuroloog 1] van 29 maart 2002 heeft [arbeidsdeskundige 1] in opdracht van Amlin mede namens [geïntimeerde] opnieuw dezelfde vragen beantwoord. [arbeidsdeskundige 1] schrijft in zijn rapport van 3 mei 2002 bij de vraag of hij een verzekeringsgeneeskundige wil inschakelen, opnieuw dat de door [neuroloog 1] beschreven klachten voldoende duidelijk zijn voor de afweging van belasting en belastbaarheid.
- [arbeidsdeskundige 1] (rapport 3 mei 2002) schrijft:
- [arbeidsdeskundige 3] (rapport 3 maart 2004) schetst het volgende beeld van de taken en werkzaamheden die [geïntimeerde] vóór het ongeval in haar bedrijf uitvoerde: [geïntimeerde] was de “locomotief” die zorgde dat alles bleef lopen. De taken omvatten het opstellen van beleid en uitdenken en uitwerken van nieuwe projecten, bijhouden van vakliteratuur, bezoeken van beurzen, bezoeken aan leveranciers en producenten, financieel beleid en controleren van de boekhoudster, dagelijkse coördinatie en oplossen van problemen. [arbeidsdeskundige 3] berekent het aantal arbeidsuren per jaar op ongeveer 3050 (60 uur per week). Zij beschrijft dat in de functie van [geïntimeerde] de mentale/cognitieve en psychische belasting overheerst. Die belasting uit zich in het dragen van eindverantwoordelijkheid, moeten verdelen van de aandacht tussen verschillende zaken en problemen, alert moeten reageren, en het maken van lange dagen; in een dergelijke functie lopen soms meerdere taken door elkaar heen.
eigenwerk. Al hetgeen Amlin daartegen, met verwijzing naar de mening van andere arbeidskundigen ( [arbeidsdeskundige 4] , [arbeidsdeskundige 5] ) heeft ingebracht, doet daaraan niet af.
bestrijdingvan de inhoud van het rapport van [arbeidsdeskundige 1] en niet zelf een stellingname over het functieniveau of bijbehorend verdienniveau heeft ingenomen, heeft Amlin op dit punt niet voldaan aan haar stelplicht zodat een bewijsopdracht niet aan de orde is.
feitelijk netto inkomen van [geïntimeerde] over de jaren 2000 t/m 2003is de rechtbank uitgegaan van de situatie dat de door Amlin verstrekte voorschotten zijn verrekend met de kosten van interim management in die jaren, en dat de netto winst over die jaren volledig aan [geïntimeerde] wordt toegerekend (r.o. 2.25 en 2.26, vonnis 4 april 2012). De rechtbank heeft terecht en op juiste gronden de bezwaren van [geïntimeerde] tegen die volledige toerekening van de nettowinst aan [geïntimeerde] verworpen.
jaren 2000 t/m 2003is de rechtbank uitgegaan van de volgende netto inkomensgegevens van [geïntimeerde] (r.o. 2.27 vonnis 4 april 2012):
feitelijke netto inkomen van [geïntimeerde] met ongeval vanaf 2004is de rechtbank er – onbestreden - van uitgegaan dat de WAZ-uitkering van [geïntimeerde] ook verstrekt zou zijn als [geïntimeerde] haar resterende verdiencapaciteit (€ 23.000,-- bruto op basis van 40 uur per week) te gelde zou maken, zodat de rechtbank bij de schadeberekening met die WAZ-uitkering rekening heeft gehouden (r.o. 2.34, vonnis 4 april 2012). Ook op dit punt zijn de bezwaren van [geïntimeerde] terecht en op juiste wijze verworpen. Dit is dus ook in hoger beroep het uitgangspunt.
jaren vanaf 2004is de rechtbank mitsdien uitgegaan van het volgende netto-inkomen van [geïntimeerde] na ongeval (r.o. 2.35 vonnis 4 april 2012; resterende verdiencapaciteit van € 23.000 bruto met een urenbeperking tot 20 uur per week, plus WAZ uitkering) ):
netto-inkomen van [geïntimeerde] over de jaren 2000 t/m 2003bezwaren; volgens haar heeft de rechtbank de arbeidsvermogenschade over deze jaren ten onrechte begroot op (a) de exorbitant hoge kosten van de interimmanagers, en is (c) ten onrechte geen rekening gehouden met een overschot ter zake van de gederfde winst in 2002: in dat jaar is er niet alleen geen schade geleden, maar is er een overschot van € 22.619, aldus Amlin (grief 12). Bovendien moet volgens Amlin (b) de onjuiste boekhoudkundige en fiscale verwerking van de voor het interimmanagement betaalde voorschotten voor rekening van [geïntimeerde] blijven. De kosten van dat interimmanagement moeten (a) niet geheel ten laste van Amlin komen, nu [arbeidsdeskundige 3] heeft gerapporteerd dat [geïntimeerde] voor 40 uur kan werken (grief 13).
brutokosten van het interimmanagement meegerekend. Wat betreft het door Amlin over 2002 gesignaleerde overschot stelt [geïntimeerde] dat dit de uiteindelijke einduitkomst niet verandert.
hoogtevan de met de interim managers overeengekomen vergoeding, anders dan éénmaal met een enkel woord in de brief van 29 mei 2001 en daarna enkel met een algemeen beroep op de schadebeperkingsplicht van [geïntimeerde] , waarbij in discussie was of de betaalde bedragen voorschotten onder algemene titel waren of toegerekend mochten worden aan de kosten van interim management. Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat de door [geïntimeerde] gemaakte kosten voor interim management, hoewel hoog, acceptabel zijn en dat het ook acceptabel is dat zij de voorschotten in die periode heeft aangewend om de kosten van de interim managers, en daarnaast de extra accountantskosten en de advertentiekosten, te betalen. Daarbij moet van de
brutobedragen van de door de interim managers in rekening gebrachte bedragen worden uitgegaan, nu dat de daadwerkelijke door [geïntimeerde] te betalen lasten waren. Aangezien – naar achteraf is vast te stellen – de resterende arbeidscapaciteit van [geïntimeerde] niet realiseerbaar is gebleken in haar eigen bedrijf is terecht deze resterende verdiencapaciteit niet in mindering gebracht op de door Amlin voor het interim management betaalde kosten.