In deze civiele personenschadezaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bij arrest van 1 september 2020 een eerdere bindende eindbeslissing van 24 september 2019 herzien. De kern van het geschil betrof de vraag of de door Amlin betaalde voorschotten voor interim-managers in mindering moesten worden gebracht op het verlies aan arbeidsvermogen en de daarbij behorende wettelijke rente van geïntimeerde.
Het hof oordeelde dat deze voorschotten wel degelijk als voorschotten op het verlies aan verdienvermogen moeten worden beschouwd, om dubbeltelling te voorkomen. Dit betekent dat de schadeberekening en de berekening van de terug te betalen bedragen door geïntimeerde aan Amlin moesten worden aangepast. De deskundige had eerder al aangegeven dat het niet verrekenen van deze voorschotten tot een onjuiste dubbeltelling leidt.
De schade van geïntimeerde werd vastgesteld op ruim 1,45 miljoen euro inclusief wettelijke rente, waarvan reeds voorschotten van ruim 720.000 euro waren betaald. Na verrekening resteerde een bedrag van circa 733.000 euro dat aan geïntimeerde moet worden betaald. Tegelijkertijd werd vastgesteld dat geïntimeerde een bedrag van circa 845.000 euro te veel had ontvangen en dit bedrag met rente aan Amlin moet terugbetalen.
Daarnaast werd het eindvonnis van de rechtbank Breda van 4 april 2012 voor zover in reconventie gewezen gedeeltelijk vernietigd en werd Amlin veroordeeld tot betaling van proceskosten in hoger beroep. De kosten van de deskundige werden ten laste van Amlin gebracht. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.