Deze zaak betreft het hoger beroep van Amlin Corporate Insurance N.V. tegen [meisjesnaam geintimeerde] over de schade die laatstgenoemde heeft geleden door een aanrijding op 3 februari 2000. Amlin heeft de aansprakelijkheid erkend voor de schade veroorzaakt door een verzekerde van een rechtsvoorgangster.
Het hof heeft meerdere tussenarresten gewezen, waaronder de benoeming van een deskundige en het houden van een comparitie van partijen. De comparitie van 29 juni 2017 werd nader toegelicht in het licht van recente jurisprudentie van de Hoge Raad, waarbij het hof concludeerde dat een meervoudige comparitie met drie raadsheren die het arrest wijzen alsnog aangeboden moet worden.
Partijen wordt gevraagd aan te geven of zij een meervoudige comparitie wensen, waarbij het hof zal bepalen of en wanneer deze zal plaatsvinden. Indien geen comparitie gewenst is, zal de zaak worden verwezen voor arrest. De uitspraak benadrukt de procedurele zorgvuldigheid en het belang van het horen van partijen door de volledige kamer.