Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter
3.De beoordeling
4.De uitspraak
18 maart 2015, PRO FORMA;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellanten, onder beschermingsbewind, verzochten het hof het vonnis van de rechtbank te vernietigen en alsnog de schone lei te verlenen dan wel de termijn van de schuldsaneringsregeling te verlengen. De rechtbank had de schone lei geweigerd omdat appellanten toerekenbaar tekortgeschoten waren in hun verplichtingen, mede door een openstaande schuld bij VGZ en onvoldoende invulling van de sollicitatieplicht.
Het hof oordeelde dat het indienen van hoger beroep door beschermingsbewindvoerders niet als een daad van beschikking over de onder bewind staande goederen geldt, waardoor zij niet-ontvankelijk zijn. De inhoudelijke beoordeling liet zien dat verlenging van de schuldsaneringsregeling op dit moment nog niet aan de orde is, mede omdat de Hoge Raad nog niet heeft beslist over de mogelijkheid van verlenging na afloop van de wettelijke termijn.
Daarom houdt het hof de zaak aan voor een periode van een half jaar, met de verplichting voor appellanten om aan hun kernverplichtingen te voldoen en de nieuwe schuld maandelijks af te lossen. De zaak wordt aangehouden totdat de Hoge Raad uitspraak doet over de prejudiciële vraag.
Uitkomst: Beschermingsbewindvoerders niet-ontvankelijk verklaard en zaak aangehouden in afwachting van Hoge Raad.