Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
4.De uitspraak
25 maart 2015, PRO FORMA;
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg in hoger beroep behandeld. De appellant, aan wie in 2011 een schuldsaneringsregeling was opgelegd, was door de rechtbank veroordeeld tot beëindiging van de regeling zonder toekenning van een schone lei wegens toerekenbare tekortkomingen, waaronder het niet betalen van premies en het ontstaan van nieuwe schulden.
De appellant betwistte de verwijten en stelde dat hij wel degelijk aan zijn informatieplicht had voldaan en dat sommige schulden onterecht werden toegerekend. De bewindvoerder wijzigde haar standpunt en stelde voor om onder voorwaarden een verlenging van de regeling toe te staan om de boedelachterstand en nieuwe schulden in te lopen.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 354 lid 1 en Pro 2 Faillissementswet moet worden vastgesteld of sprake is van toerekenbare tekortkomingen die zwaar wegen. Hoewel het hof nog geen verlenging van de regeling toekent, overweegt het dat een verlenging in beginsel mogelijk is om de appellant de kans te geven zijn financiële situatie te verbeteren.
De zaak wordt aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over de vraag of verlenging van de schuldsaneringsregeling mogelijk is nadat de wettelijke termijn is verstreken. Tot die tijd moet de appellant onverkort aan zijn verplichtingen voldoen. Het hof zal na ontvangst van de Hoge Raad-beslissing de zaak voortzetten en een definitieve beslissing nemen.
Uitkomst: De behandeling van de zaak wordt aangehouden in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad over verlenging van de schuldsaneringsregeling.