Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 234792/12-1206)
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
Y = Nibudbasisnorm
(X)wordt aldus op een bedrag van (€ 4.064,44 - € 459,45 =) € 3.604,99 gesteld. Aan het door Dexia niet nader onderbouwde netto-maandinkomen van € 5.523,11 zal het hof voorbijgaan.
(V). Ook Dexia gaat blijkens de door haar gemaakte berekening (prod. 8 memorie van grieven) van dit bedrag uit.
(W), dienen vervolgens in mindering te worden gebracht op het netto-maandinkomen. Dit leidt tot de volgende berekening: € 8.182,11 (betaalde hypotheekrente) - € 1.516,99 (huurwaarde eigen woning) = € 6.665,12. Het belastingvoordeel is dus 50% van € 6.665,12 = € 3.332,56. De werkelijke woonlasten in 1999 bedroegen derhalve € 8.182,11 - € 3.332,56 = € 4.849,56 ofwel € 404,13. per maand. Het basisbedrag van het NIBUD voor huur of hypotheek was destijds € 154, zodat
(W)op een bedrag van € 250,13 moet worden gesteld.
(A)respectievelijk € 1.389,38
(B)moeten worden gesteld, zodat ook het hof hiervan zal uitgaan.
(Y).
- de beleggingsportefeuille is onvoldoende gespreid: belegd is in drie aandelenfondsen terwijl uit een oogpunt van verantwoorde risicospreiding een beleggingsportefeuille minimaal 20 fondsen dient te bevatten. De aandelen werden bovendien in drie tranches gekocht tegen exact dezelfde prijs als de eerste tranche, ongeacht de waarde van de aandelen op dat moment;
- de looptijd (drie jaren) van de WinstVerDriedubbelaar is kort, waardoor bij een koersdaling nauwelijks tijd is voor herstel;
- gezien de hoogte van de te betalen rente over de leningen (0,96% per maand) moesten de aandelen beduidend in koers stijgen om rendement te halen;
- de effectenlease-overeenkomsten konden slechts tussentijds worden beëindigd met een zeer hoge boete, waardoor het feitelijk onmogelijk was de overeenkomsten tussentijds te beëindigen;
- de aandelenportefeuille mocht gedurende de looptijd van de overeenkomsten niet worden aangepast, waardoor de gevolgen van tegenvallende koersontwikkelingen volledig voor rekening van de afnemer kwamen.
Het hof volgt het oordeel van hof Amsterdam.