Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd wegens een hogere door de RDW vastgestelde CO2-uitstoot dan bij de aangifte vermeld. De Inspecteur stuurde een vooraankondiging waarin belanghebbende werd uitgenodigd te reageren. Belanghebbende reageerde niet en kreeg de naheffingsaanslag opgelegd. Na bezwaar werd de aanslag vernietigd, maar de vergoeding van de kosten van bezwaar afgewezen.
De Rechtbank wees het beroep van belanghebbende af. In hoger beroep stelde belanghebbende dat de Inspecteur onzorgvuldig had gehandeld door niet zelf de juiste gegevens in te winnen en dat de berekening van de naheffingsaanslag onjuist was. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur geen onrechtmatigheid had begaan, omdat belanghebbende in de gelegenheid was gesteld te reageren op de vooraankondiging en dit niet heeft gedaan.
Het Hof bevestigde dat de noodzaak tot bezwaar niet uitsluitend voortkwam uit de handelwijze van de Inspecteur en dat de bewijslast bij de Inspecteur ligt, maar dat dit niet leidt tot vergoeding van kosten als belanghebbende niet reageert. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.