Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.De verwijzingsarresten
4.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
5.Gronden
6.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de door de Rechtbank uitgesproken beslissingen inzake de proceskosten en het griffierecht;
- verklaart het beroep ongegrond, voor zover het is gericht tegen de uitspraken op bezwaar tegen naheffingsaanslag I en de desbetreffende beschikking inzake heffingsrente;
- verklaart het beroep tegen de uitspraken op bezwaar tegen naheffingsaanslag II en de desbetreffende beschikking inzake heffingsrente, alsmede de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar tegen naheffingsaanslag II en de desbetreffende beschikking heffingsrente, alsmede de boetebeschikkingen;
- vermindert naheffingsaanslag II tot een bedrag van € 218.871 en bepaalt dat de desbetreffende beschikking inzake heffingsrente dienovereenkomstig wordt verminderd;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.470;
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door haar ter zake van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 433 vergoedt.