Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geintimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[schadeverzekering] Schadeverzekering N.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknr. C/02/267721/HA RK 13-178)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven van 20 januari 2015 met vier producties;
- de memorie van antwoord van 3 maart 2015.
3.De beoordeling
- a) het verkeersgedrag van partijen onmiddellijk voorafgaand aan de aanrijding, waarbij van belang is (i) of gedaagde een concrete aanleiding had om verdacht te zijn op de mogelijkheid dat eiser het voor hem rood licht uitstralende stoplicht zou negeren en de kruising zou oprijden, en (ii) de snelheid van beide automobilisten en de afstand die zij beiden tot de desbetreffende kruising hadden op het moment waarop zij elkaar opmerkten;
- b) de overzichtelijkheid van die kruising, en
- c) of ter plaatse waarschuwingsborden waren geplaatst.
- b) Uit de verklaring van [geintimeerde 1] zelf en het proces-verbaal van de politie blijkt dat [geintimeerde 1] met een onverminderde snelheid van 50 km/u de kruising is opgereden. Uit de foto’s die zijn overgelegd als prod. 8 bij inleidend verzoekschrift leidt het hof af dat de kruising voor [geintimeerde 1] aanvankelijk niet goed te overzien was in die zin, dat hij door bebouwing en beplanting rechts van de [straat 1] niet goed rechts de [straat 2] , waar [appellant] uit kwam, in kon kijken. Zodra hij de stopstreep bij de verkeerslichten echter was gepasseerd had [geintimeerde 1] een ruim zicht de [straat 2] in en kon hij het verkeer dat bij die verkeerslichten stond, goed zien. [geintimeerde 1] heeft bij het betreden van de kruising kennelijk niet naar rechts gekeken, waar hij [appellant] had kunnen zien aankomen. [geintimeerde 1] heeft immers tegenover de politie verklaard dat hij plotseling “in zijn ooghoek” een motorrijder van rechts zag komen en dat deze voor hij het wist voor zijn auto terecht kwam. [geintimeerde 1] stelt wel dat hij nog heel hard heeft geremd, maar de politie heeft in het proces-verbaal genoteerd (pag. 5 pv) dat slechts een geringe lengte van krassporen van de motor, en wel een lengte van 9,50 m (pag. 26 pv) was aangetroffen; op het kruisingsvlak heeft de politie
- c) [geintimeerden c.s.] hebben ter onderbouwing van hun stelling dat [geintimeerde 1] daadwerkelijk door groen reed gesteld dat [geintimeerde 1] uit de verkeersborden mocht afleiden dat hij in een groene golf met de aanduiding 50 km/u reed en dat hij er op mocht vertrouwen dat hij ook de kruising met de [straat 2] met die snelheid in die groene golf kon oversteken. In twee emailberichten van de gemeente Tilburg van 7 en 21 november 2013 (prods. 12 en 14 bij akte [appellant] in eerste aanleg) schrijft de ambtenaar [ambtenaar van de gemeente] in antwoord op vragen van de advocaten van partijen dat de verkeerslichten op dit kruispunt verkeersafhankelijk geregeld worden, dus dat het daadwerkelijk groen worden van een richting wordt gestuurd door detectielussen in het wegdek. Er is dus geen vaste fasering. Rijdend over de [straat 1] in de richting zoals [geintimeerde 1] reed, is er wel een groene golf maar geen