ECLI:NL:HR:2006:AY9749
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verkeersaansprakelijkheid bij botsing op verkeerslichtenkruising met onduidelijkheid over roodlichtpassage
Op 20 november 2000 vond een aanrijding plaats op een met driekleurige verkeerslichten beveiligde kruising tussen een personenauto bestuurd door eiser en een andere auto bestuurd door betrokkene 1. Beide partijen stelden door groen te zijn gereden, maar konden dit niet bewijzen. De rechtbank wees de vordering van eiser tot schadevergoeding toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af, uitgaande van de veronderstelling dat eiser door rood licht was gereden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht uitgaat van de veronderstelling dat eiser door rood licht reed, maar dat het hof ten onrechte ook bij de beoordeling van de eigen schuld van eiser deze veronderstelling als uitgangspunt nam. De Hoge Raad verwijst de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij onder meer moet worden beoordeeld of betrokkene 1 onrechtmatig heeft gehandeld door gevaarzettend gedrag voorafgaand aan de botsing.
De zaak benadrukt de toepassing van het arrest HR 22 april 2005, waarin is bepaald dat bij onduidelijkheid over wie door rood reed, de aansprakelijkheid niet automatisch vervalt voor de partij die door groen reed, indien deze gevaarzettend heeft gehandeld. De Hoge Raad bevestigt dat de bewijslast voor eigen schuld bij de gedaagde ligt en dat alle omstandigheden van het geval moeten worden meegewogen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere beoordeling van aansprakelijkheid en eigen schuld.