Uitspraak
- betrokkenheid bij de aanrijding waarbij [slachtoffer] om het leven is gekomen (feit 2, primair ten laste gelegd als het plegen of medeplegen van doodslag, subsidiair als het plegen of medeplegen van dood door schuld in het verkeer (overtreding van art. 6 WVW Pro 1994) en meer subsidiair als het plegen of medeplegen van het veroorzaken van gevaar op de weg (overtreding van art. 5 WVW Pro 1994)) en
- het plegen of medeplegen van opzetheling van de bij feit 2 betrokken motorscooter (feit 3);
- de verdachte ter zake van medeplegen van voorbereiding van een gewapende overval op het [hotel] (feit 1) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht;
- de [benadeelde partij] (nabestaande van het [slachtoffer] ) in zijn vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
- de verdachte, in navolging van de rechtbank, vrijgesproken van betrokkenheid bij de aanrijding waarbij [slachtoffer] om het leven is gekomen (feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair);
- de verdachte ter zake van:
- medeplegen van voorbereiding van een gewapende overval op het [hotel] (feit 1) en
- medeplegen van opzetheling van de bij feit 2 betrokken motorscooter (feit 3)
1.Beschrijving van de gebeurtenissen op 15 januari 2010
2.Wie was de bestuurder van de motorscooter
3.Doodslag dan wel dood door schuld in het verkeer
4.Medeplegen van dood door schuld in het verkeer
5.Conclusie
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren en 9 (negen) maanden.
[benadeelde partij]ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van
€ 10.000,00 (tienduizend euro)ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
overige niet-ontvankelijken bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op
nihil.
verplichtingop om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van
€ 10.000,00 (tienduizend euro)als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
85 (vijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.