Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De beoordeling
24 maart 2016 aan de rechtbank.
WP, 2016, 2016/1, p. 18).
De enkele, summiere verklaring van de curator kan niet worden gezien als een met redenen omklede verklaring waaruit blijkt dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, noch blijkt daaruit over welke aflossingsmogelijkheden appellanten beschikken. De curator gaat immers uit van de vermogenspositie van appellanten, die nihil is, terwijl hij dit niet deugdelijk onderbouwt met cijfers of nadere toelichting. Daarnaast heeft de curator het huidige inkomen van [appellant] uit loondienst en de eventuele verdiencapaciteit van [appellante] niet kenbaar in zijn advies betrokken en niet berekend welk bedrag appellanten de komende drie jaar maandelijks voor hun schuldeisers zouden kunnen sparen.