Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de rechtsvoorganger van geïntimeerde en trad per 1 juni 2015 in dienst bij het Duitse bedrijf Block na een overgang van onderneming. Appellant werd arbeidsongeschikt en ervoer nadelige gevolgen door gewijzigde arbeidsvoorwaarden, waaronder loondoorbetaling, pensioen en fiscale voordelen.
Appellant vorderde in eerste aanleg herstel van de oude arbeidsvoorwaarden en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad door onvoldoende en te late informatieverstrekking over de overgang. De kantonrechter wees de vorderingen af wegens het ontbreken van causaal verband tussen de tekortkoming en de schade.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn eis deels, maar het hof oordeelde dat geïntimeerde haar informatieplicht weliswaar te laat had vervuld, maar dat appellant zelf door het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst met Block zijn oude rechten prijsgaf. Het hof vond onvoldoende aannemelijk dat geïntimeerde druk had uitgeoefend om te tekenen en dat de schade daardoor was veroorzaakt.
Het hof concludeerde dat appellant tot het moment van ondertekening recht had op nakoming van oude voorwaarden door Block en dat geïntimeerde niet aansprakelijk is voor verplichtingen na de overgang. Het gebrek aan informatie was onvoldoende onderbouwd om causaal verband vast te stellen. Het hoger beroep werd verworpen en het vonnis bekrachtigd.