ECLI:NL:HR:2007:BA4492
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Rabobank schendt goed werkgeverschap bij overgang reisafdeling naar Globe door onjuiste informatie en druk op werknemer
De werkneemster was van 1981 tot 2003 in dienst bij Rabobank als reismedewerkster. Begin 2003 maakte Rabobank bekend te stoppen met de reisactiviteiten, waarna een overname door Globe gepland werd. Rabobank gaf informatie over de overgang en een compensatieregeling, maar stelde de werkneemster voor een keuze tussen overgaan naar Globe met slechtere arbeidsvoorwaarden en een compensatie, of niet overgaan met een verkort zoektraject en mogelijk verlies van WW-rechten.
De werkneemster tekende voor indiensttreding bij Globe, maar vorderde later een verklaring dat Rabobank in strijd met art. 7:611 BW Pro handelde door onjuiste voorlichting en druk. De rechtbank wees de vordering af, het hof stelde de werkneemster in het gelijk en oordeelde dat Rabobank onvolledige en onjuiste informatie gaf en onrechtmatig druk uitoefende, waardoor goed werkgeverschap werd geschonden.
Rabobank stelde dat de verkoop bedrijfseconomisch noodzakelijk was en dat de informatie deugdelijk was, maar de Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. De brief van 1 augustus 2003 bevatte onjuiste en onvolledige informatie over de rechtspositie bij overgang, en de werkneemster werd onder druk gezet om te kiezen, wat niet toelaatbaar is onder goed werkgeverschap. Het beroep van Rabobank werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat Rabobank onvolledige en onjuiste informatie gaf en onrechtmatige druk uitoefende, waarmee zij de norm van goed werkgeverschap schond.