Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2734216 CV EXPL 14-1191)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met 1 productie;
- de akte na memorie van antwoord van [appellant] .
3.De beoordeling
“in het eigen werk”werkt. Het rapport vermeldt verder o.a.:
"(...) Bestudering van alle beschikbare gegevens alsmede eigen onderzoek geven geen aanleiding de primaire FML minimaal te herzien. In de primaire beoordeling is m.i. nagenoeg volledig rekening gehouden met blh's (belanghebbendes, hof) wat beperkte kniebelastbaarheid (...)". De conclusie van de verzekeringsarts luidt vervolgens onder andere dat [appellant] beschikt over benutbare mogelijkheden en dat hij een aantal beperkingen heeft ten opzichte van normaal functioneren. In het arbeidsdeskundig rapport wordt geconcludeerd dat ten aanzien van de WIA-claim er geen aanleiding is om anders te concluderen dan waartoe primair is besloten te oordelen. De door de arbeidsdeskundige vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid (minder dan 35%) wijzigt niet.
"(...) Zijn knie maakt het uitstekend. Er is geen sprake van hydrops noch instabiliteit. Hij heeft geen pijnklachten in de knie. Lichamelijk onderzoek van de linkerknie toont een afwezige hydrops, een volledig bewegingstraject van de knie bij een goede stabiliteit na voorste kruisbandreconstructie. Er is geen sprake van een Pivoterend moment. Er is een restinstabiliteit van de mediaal collateraal band, verwijzend naar mijn vorige correspondentie, reeds verwacht werd. Al met al lijkt de belastbaarheid van de knie goed. Er is geen reden tot verder orthopedisch vervolg (...)".
schadeals gevolg van het arbeidsongeval van [appellant] . In (de bepalingen voor) die regeling wordt met geen woord gerept over de onderhavige
loonvorderingvan [appellant] naar aanleiding van zijn herstelmelding en de weigering van SIM om hem weder te werk te stellen in eigen of aangepast werk. Deze loonvordering laat zich naar het oordeel van het hof niet verstaan en begrijpen als ‘schade’ in de zin als bedoeld in vorenbedoelde vaststellingsovereenkomst. Dienaangaande heeft SIM tegenover de betwisting van [appellant] ook niet (voldoende gemotiveerd) gesteld. Aan enige bewijslevering op dit punt door SIM wordt om deze reden niet toegekomen. Dat die loonvordering al dan niet deels met de vaststellingsovereenkomst finaal gekweten zou zijn, neemt het hof dan ook niet aan. Het hof acht daarom evenmin aannemelijk geworden dat sprake zou zijn van de door Sim gestelde berusting dan wel van het ontbreken van (proces)belang aan de zijde van [appellant] .
eigen werkzaamhedenals bankwerker bij SIM te verrichten?
eigen werkzaamhedenals bankwerker bij SIM te verrichten?
ander passendwerk te verrichten en, zo ja, was SIM gehouden hem in die werkzaamheden weder te werk te stellen?
ander passend werkte verrichten en, zo ja, is SIM gehouden hem in de werkzaamheden weder te werk te stellen?
waarbij de belastbaarheid van de patiënt moet worden afgezet tegen de belasting die hij ondervindt in zijn werk als constructiebankwerker(cursivering hof) (productie 28 bij inleidende dagvaarding).