De zaak betreft een civiel geschil tussen Euretco B.V. en [Holding] Holding B.V. over de betaling van een oprichtersfee en andere schadevergoedingen voortvloeiend uit een aandelenkoopovereenkomst van MKB B.V. uit 2004.
[Holding] Holding vordert betaling van een oprichtersfee, schade wegens niet-benoeming tot commissaris en misgelopen franchise-inkomsten. De rechtbank wees slechts een deel van de oprichtersfee toe en wees de overige vorderingen af. Beide partijen gingen in hoger beroep.
Het hof stelt vast dat de kern van het geschil ligt in de uitleg van artikel 5.3 van de koopovereenkomst, waarin Euretco zich verplichtte een deel van de functievergoeding als oprichtersfee aan [Holding] Holding te betalen. Euretco stelt dat deze verplichting verviel na liquidatie van de Duitse inkooporganisatie Mondial GmbH in 2008, terwijl [Holding] Holding betoogt dat de verplichting onverkort blijft gelden zolang de omzet via Euretco loopt.
Het hof bevestigt dat de uitleg van de overeenkomst volgens de Haviltex-maatstaf moet plaatsvinden en dat het niet uitsluitend om taalkundige uitleg gaat. Het hof laat [Holding] Holding toe bewijs te leveren dat de betalingsverplichting ook na 2008 geldt ongeacht de leverancier.
Verder wijst het hof de vorderingen van [Holding] Holding betreffende commissariaatinkomsten en franchise-inkomsten af, omdat onvoldoende contractuele basis en onderbouwing is gebleken. De zaak wordt verwezen voor bewijslevering en verdere behandeling.