Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.
.
= 64 uur
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
BNB2013/252 en HR 23 december 2003, nr. 00158/03, ECLI:NL:HR:2003:AL6161,
BNB2004/180). Aangezien ook informatiebeschikkingen ontbreken kan van omkering en verzwaring van de bewijslast met betrekking tot de navorderingsaanslagen IB/PVV/ZvW 2009 op grond van het bepaalde in in artikel 27e, lid 1, van de AWR, in verbinding met artikel 27h, lid 2, van de AWR geen sprake zijn.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep van belanghebbende gegrond en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur ongegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent het griffierecht en de proceskostenvergoeding,
- vernietigt de uitspraken op bezwaar, behoudens die ziet op de navorderingsaanslag ZvW 2008,
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2008 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 49.635,
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2009 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 17.095,
- vermindert de navorderingsaanslag ZvW 2009 naar een bijdrage inkomen van € 17.095,
- vermindert de heffingsrentebeschikkingen dienovereenkomstig,
- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van het hoger beroep bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 123 vergoedt en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1.485.