ECLI:NL:GHSHE:2017:4747
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslagen en boetes wegens onjuiste aangiften inkomstenbelasting 2007-2008
Belanghebbende exploiteerde in 2007 en 2008 een vleesgroothandel en deed aangiften inkomstenbelasting waarin hoge inkoopkosten ossenhaas werden opgevoerd op basis van facturen van een dubieuze leverancier. De Inspecteur stelde vast dat deze facturen onbetrouwbaar waren en corrigeerde de inkoopkosten, legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op.
De Rechtbank matigde de boetes deels en kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Zowel belanghebbende als de Inspecteur gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
Het Hof oordeelt dat belanghebbende de vereiste aangiften niet heeft gedaan omdat zij gebruikmaakte van onjuiste facturen waarvan zij zich bewust was. De bewijslast wordt verzwaard en belanghebbende slaagt er niet in de correcties van de Inspecteur te weerleggen. De boetes zijn terecht opgelegd en de matiging door de Rechtbank passend. De overschrijding van de redelijke termijn is niet aan belanghebbende toe te rekenen.
Het hoger beroep van belanghebbende en het incidentele hoger beroep van de Inspecteur worden ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank wordt bevestigd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot een tegemoetkoming in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de Rechtbankuitspraak en verklaart het hoger beroep en incidenteel hoger beroep ongegrond, waarbij de opgelegde boetes en navorderingsaanslagen standhouden.