ECLI:NL:GHSHE:2017:5806

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
21 december 2017
Publicatiedatum
21 december 2017
Zaaknummer
200.163.637_01 & 200.163.638_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:94 lid 2 sub a BWArt. 426 RvArt. 401a lid 2 RvArt. 1 P1 EVRMArt. 14 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tussentijds beroep in cassatie inzake huwelijksvermogensrecht met internationale aspecten

In deze civiele zaak tussen partijen die in hoger beroep zijn gekomen, heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 21 december 2017 een beschikking gegeven waarin het tussentijds beroep in cassatie wordt toegestaan. Het geschil betreft de verdeling van het huwelijksvermogen waarbij een uitsluitingsclausule volgens artikel 1:94 lid 2 sub a BW Pro en internationale aspecten een rol spelen.

De procedure kende een tussentijds karakter waarbij partijen de gelegenheid kregen om schriftelijke opmerkingen in te dienen met betrekking tot de beschikking van 9 november 2017. Beide partijen, vertegenwoordigd door hun advocaten, hebben diverse formulieren en bijlagen ingediend ter onderbouwing van hun standpunten.

Het hof heeft het verzoek van de man om verlof te verlenen voor het instellen van cassatie beoordeeld en dit verzoek gegrond verklaard, ondanks het bezwaar van de vrouw. Het hof acht het doelmatig om het tussentijds beroep in cassatie toe te staan, conform de toepasselijke procesregels (art. 426 Rv Pro jo. art. 401a lid 2 Rv).

De beschikking houdt verdere beslissingen aan en is in het openbaar uitgesproken door de drie rechters van het hof. De zaak betreft complexe vraagstukken rondom huwelijksvermogensrecht in internationaal verband, waarbij ook Europese mensenrechtenartikelen en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad een rol spelen.

Uitkomst: Het hof staat tussentijds beroep in cassatie toe tegen de beschikking van 9 november 2017 en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak: 21 december 2017
Zaaknummers: 200.163.637/01 en 200.163.638/01
Zaaknummers eerste aanleg: C/03/176481 / S RK 12-1336
C/03/184281 / FA RK 13-2074
in de zaak in hoger beroep van:
[appellante],
wonende te [woonplaats] ,
appellante in principaal appel,
geïntimeerde in incidenteel appel,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. S.X.J. Zuidema,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verweerder in principaal appel,
appellant in incidenteel appel,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. I.F.H. Nelissen.

16.De beschikking d.d. 9 november 2017

Bij die beschikking zijn partijen in de gelegenheid gesteld om schriftelijke opmerkingen, uitsluitend met het onder 14.6.5. van die beschikking bedoelde doeleinde, aan het hof te zenden.

17.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- het V8-formulier met bijlage van de advocaat van de man d.d. 20 november 2017;
- het V8-formulier met bijlage van de advocaat van de vrouw d.d. 23 november 2017;
- het V5-formulier van de advocaat van de man d.d. 6 december 2017;
- het V8-formulier met bijlage van de advocaat van de vrouw d.d. 8 december 2017.

18.De verdere beoordeling

18.1.
Bij brief van 20 november 2017, ingediend bij voornoemd V8-formulier van 20 november 2017, heeft de man verzocht verlof te verlenen voor het instellen van beroep in cassatie tegen de (tussen)beschikking van 9 november 2017.
18.2.
Bij brief van 24 november 2017, ingediend bij voornoemd V8-formulier van 23 november 2017, heeft de vrouw bezwaar gemaakt tegen het verzoek van de man.
18.3.
Het hof heeft zich beraden op het verzoek en acht het doelmatig tussentijds beroep in cassatie open te stellen van de tussenbeschikking van 9 november 2017 (art. 426 Rv Pro jo. art. 401a lid 2 Rv).

19.De beslissing

Het hof:
op het principaal en incidenteel appel:
bepaalt dat van de in deze zaak gewezen (tussen)beschikking van 9 november 2017 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mrs. G.J. Vossestein, M.J. van Laarhoven en H.J.M. van Arkel-van Gasselt en is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2017.