Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen bij de griffie op 12 februari 2018;
- het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg, ingekomen bij de griffie op 15 februari 2018;
- het verweerschrift met 9 producties, ingekomen bij de griffie op 16 maart 2018;
- een V6-formulier van [verweerder] met producties 10 en 11, ingekomen bij de griffie op 4 mei 2018;
- een V6-formulier van [appellante] met producties 22 tot en met 31, ingekomen bij de griffie op 9 mei 2018;
- een brief van [verweerder] met nogmaals productie 11, zijnde een dagvaarding in kort geding, aangevuld met de bij deze dagvaarding behorende producties, ingekomen bij de griffie op 14 mei 2018;
3.De beoordeling
.
Voor zover wel sprake zou zijn van alcoholverslaving en een ziekte, stelt [appellante] dat het opzegverbod niet geldt omdat [verweerder] geen deugdelijke grond had voor het niet nakomen van zijn re-integratieverplichtingen. Voor het geval het opzegverbod wel geldt stelt [appellante] dat de verwijtbare gedragingen van [verweerder] geen verband houden met de alcoholverslaving. In dat geval kan op grond van artikel 7:671b lid 6, onder a BW de arbeidsovereenkomst worden ontbonden ondanks dat een opzegverbod geldt tijdens ziekte. Volgens [appellante] was er in de maanden januari tot en met april 2017 geen sprake van (een terugval in) alcoholverslaving en was pas in mei 2017 sprake van een terugval. Dit blijkt volgens [appellante] uit de mededelingen van [verweerder] . Daarom houdt volgens [appellante] het schenden van de re-integratieverplichtingen in de periode januari tot en met april 2017 geen verband met de alcoholverslaving.
gebeld op verzoek van ouders […] matig verzorgd, erg verkouden […] geeft aan niet te drinken (?) […]
ziet er slecht uit;”
10.30: zit nog thuis, komt tot weinig nog niet aan het werk, ziet kinderen niet komt zo min mogelijk buiten, geeft aan weinig lucht te hebben, ontkent alcohol gebruik […]
confronterend gesprek, raakt zo allles kwijt […] Geeft aan vw(hof: verwijzing)
nodig te hebben voor natraject novadic mw [medewerker Novadic] […]”
alcohol probleem […]”
heeft dhr nog enkele keren aan tel gehad, vaker onder invloed.”
Samengevat maken de eerdere terugvallen, de echtscheiding, het eindigen van de psychische begeleiding als directe aanleiding voor een terugval (rov. 3.4.3.) en de daarop volgende ziekmelding die eindigt in het ziekenhuis, voldoende aannemelijk dat (ook) in de periode januari tot en met april 2017 sprake was van een terugval in alcoholgebruik. Dat deze terugval pas in mei 2017 door het Centrum voor Trajecten en Bemoeizorg aan [appellante] is gemeld, maakt dit niet anders. Ook de mededelingen van [verweerder] aan [appellante] en ter zitting in eerste aanleg dat geen sprake was van een terugval begin 2017 doen daaraan niet af. De kantonrechter heeft terecht overwogen dat het ontkennen van alcoholgebruik een symptoom vormt van alcoholverslaving. Dit blijkt ook uit het journaal van de huisarts, waarin de huisarts een alcoholprobleem constateert, terwijl [verweerder] ontkent te drinken. Daarbij heeft [verweerder] in hoger beroep toegelicht zich weinig te kunnen herinneren van de eerste maanden van 2017 omdat hij er zowel psychisch als fysiek slecht aan toe was, zodat aan verklaringen van [verweerder] over deze periode weinig waarde dient te worden gehecht. Dit betekent dat (ook) in het eerste kwartaal 2017 sprake was van een terugval in alcoholgebruik.