Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
rente
2.Feiten
belasting
belasting
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, ondernemer in timmerwerk en aanverwante werkzaamheden, kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd voor de jaren 2009 tot en met 2012 wegens het ontbreken van facturen en het niet aangeven van inkomsten, mede gerelateerd aan werkzaamheden voor hennepkwekerijen. De Inspecteur stelde dat belanghebbende kwade trouw kan worden verweten, wat het opleggen van navorderingsaanslagen zonder nieuw feit rechtvaardigt.
In hoger beroep heeft het Hof geoordeeld dat belanghebbende niet de vereiste aangiften heeft gedaan, mede omdat opeenvolgende facturen ontbreken en de administratie onvolledig is, ondanks het beroep op overmacht door een ontploffing. De schattingen van de Inspecteur zijn redelijk en niet willekeurig. Verder is vastgesteld dat belanghebbende zich bewust was van het niet aangeven van inkomsten, wat kwade trouw impliceert.
De boetes zijn passend en geboden, mede gelet op de omkering en verzwaring van de bewijslast en de financiële omstandigheden van belanghebbende. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd met in stand blijvende navorderingsaanslagen en boetes.