Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
voorheen [A] BV, en daarvoor [FF] BV)
,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Winstdeling
Optieregeling aandelen [EE] B.V.
4
Extra winstdeling
Opties op certificaten van aandelen [M] B.V.
behorende bij een overeenkomst van gelijke datum als de onderstaande, betrekking hebbende op een omzetting van optieovereenkomsten d.d. 28 juni 1996 en 5 juni 1998.
Productie 6)). De aanspraak van [DD] was vastgelegd in de Beëindigingsovereenkomst en zou samen met zijn vergoeding voor de Afkoop worden uitbetaald.”
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond en het incidenteel hoger beroep gegrond, en
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, voor deze ziet op de boete;
- vermindert de boete tot € 917.623;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
- veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van de immateriële schade van belanghebbende tot een bedrag van € 708;
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming tot vergoeding van de immateriële schade van belanghebbende tot een bedrag van € 5.292;
- veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van het griffierecht in beroep en bij helfte tot vergoeding van het griffierecht in hoger beroep, tot een bedrag van in totaal € 512;
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming tot vergoeding van het griffierecht tot een bedrag van, in totaal, € 227;
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende tot een bedrag van € 438,37, en
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 438,38.