Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van de Rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende was het niet eens met meerdere belastingaanslagen en beschikkingen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) over de jaren 2008 tot en met 2011. Na afwijzing van bezwaar bij de Inspecteur stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof de vraag of de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Het Hof onderzocht de brieven van de Inspecteur waarin uitspraken op bezwaar werden gedaan en concludeerde dat deze brieven onmiskenbaar als uitspraken op bezwaar konden worden opgevat, inclusief rechtsmiddelverwijzing.
De beroepstermijn van zes weken was overschreden, en belanghebbende had geen feiten of omstandigheden aangevoerd die een verschoonbare termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. De stelling dat verwarring door de Inspecteur tot een verschoonbare overschrijding leidde, werd door het Hof verworpen. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.