Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,
2. [geïntimeerde 2] ,
3. [geïntimeerde 3] ,
4. [geïntimeerde 4] ,
5.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het bestreden vonnis in kort geding van 29 maart 2019 vernietigd voor zover bij dat vonnis is bepaald dat de Staat de in dat vonnis genoemde dwangsom verbeurt indien hij niet binnen 16 weken na betekening van de beschikking van 4 januari 2019 volledig aan die beschikking heeft voldaan;
- bepaald dat de Staat geen dwangsommen zal verbeuren in deze procedure voordat het hof in deze procedure een eindarrest heeft gewezen;
- de zaak naar de rol van dinsdag 28 mei 2019 verwezen voor arrest;
- iedere verdere beslissing aangehouden.
6.De verdere beoordeling
- alle opgeslagen e-mailberichten die op enigerlei wijze in verband staan met de domeinnaam: [domeinnaam] ;
- de logfiles van de webserver;
- gegevens omtrent e-mail en webmail, de plaats waar de mailserver is evenals een overzicht wie toegang heeft tot de mailserver;
- kopie van de data met betrekking tot de data [domeinnaam] ;
- de rechtmatigheid met betrekking tot het gebruik van geprivilegieerde communicatie bij door FIOD en OM;
- de rechtmatigheid van de doorzoeking en inbeslagneming van de informatie bij de [accountantskantoor] onderzoeker [registeraccountant 3] ;
- de rechtmatigheid van de kennisneming en het gebruik van de [hostingbedrijf] -gegevens;
- het niet consulteren van de Deken van de Orde van Advocaten door de rechter-commissaris over de vraag of en in hoeverre het verschoningsrecht van de advocaten van [advocatenkantoor] van toepassing was;
- de door de rechter-commissaris toegepaste procedure met betrekking tot het verlenen van digitale ondersteuning bij de analyse en de nadere vastlegging van de digitale datagegevens op de in beslag genomen gegevensdrager door medewerkers van de FIOD.
per dag of dagdeel, tot een maximum van € 25.000.000,-.
- (i) het door [geintimeerden c.s.] gelegde bewijsbeslag zoals omschreven in het proces-verbaal ‘conservatoir bewijsbeslag ex. art. 730 jo Pro. 843 Rv jo. 709 Rv + bevel’ van 8 januari 2019 en van 22 januari 2019 op te heffen en te bepalen dat – krachtens het verlof van 4 januari 2019 – niet opnieuw bewijsbeslag mag worden gelegd;
- (ii) [geintimeerden c.s.] te gebieden ervoor zorg te dragen dat de gerechtelijk bewaarder, [gerechtelijk bewaarder] , de op 22 januari 2019 aan haar in bewaring gegeven roerende zaken, zoals omschreven in het proces-verbaal ‘in gerechtelijke bewaring’ van 22 januari 2019, binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis onder volstrekte geheimhouding teruggeeft aan de Staat;
- (iii) te bepalen dat aan nakoming door de Staat van het in de beschikking van 4 januari 2019 onder 3.1, eerste gedachtestreepje opgelegde bevel om binnen 14 dagen na verlening van het verlof mee te werken aan de effectuering van het bewijsbeslag, geen dwangsom is verbonden;
- (iv) het door [geintimeerden c.s.] gelegde bewijsbeslag, zoals omschreven in het proces-verbaal van 8 januari 2019 en van 22 januari 2019, op te heffen voor zover het ziet op:
- a. hetgeen onder randnummer 84 onder ix. van het verzoekschrift omschreven is als de inloggegevens dan wel user accounts van de in dit kader mogelijke relevante systemen die gebruikt zouden kunnen zijn door een ieder die enige (vorm van) betrokkenheid heeft gehad bij het onderzoek naar de geprivilegieerde gegevens (door het hof in dit arrest steeds vermeld in kleine letters, zie ook hierna rov. 6.7.8.) dan wel daar (op enigerlei wijze) kennis van heeft dan wel zou kunnen hebben genomen;
- b. het FIOD-journaal dat betrekking heeft op [de dochtervennootschap c.s.] (onderzoek “ [naam onderzoek] ”);
- de termijn als bedoeld in artikel 611a lid 4 Rv. met acht weken verlengd;
- de Staat verboden om mededelingen te doen aan derden omtrent de gegevens uit deze procedure die in de processtukken zijn opgenomen, tot het moment van het eindvonnis in het kort geding;
- iedere verdere beslissing aangehouden.
- Niet valt in te zien waarom [geintimeerden c.s.] het middel van een civielrechtelijk bewijsbeslag niet zouden kunnen inzetten tegen het openbaar ministerie, de FIOD en de Belastingdienst terwijl een strafrechtelijk onderzoek gaande is in het kader waarvan [geintimeerden c.s.] vermoeden dat hun verschoningsrecht is geschonden (rov. 5.2).
- [geintimeerden c.s.] hebben een eigen belang bij een onderzoek naar de schending van het aan hen toekomende verschoningsrecht (rov. 5.3).
- Er is niet gebleken dat aan [geintimeerden c.s.] andere middelen ten dienste staan om het door hen verlangde bewijs veilig te stellen (rov. 5.4).
- Procedures binnen de strafzaak bieden aan [geintimeerden c.s.] niet dezelfde soelaas als het civielrechtelijk bewijsbeslag (rov. 5.5).
- De Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) staan niet aan het onderhavige civielrechtelijk bewijsbeslag in de weg (rov. 5.6).
- De Staat heeft zijn stelling dat het bewijsbeslag de strafzaak tegen [de dochtervennootschap c.s.] belemmert, onvoldoende aannemelijk gemaakt (rov. 5.7).
- [geintimeerden c.s.] hebben de door hen gestelde grondslag voor het leggen van bewijsbeslag voldoende aannemelijk gemaakt. De door hen genoemde feiten en omstandigheden rechtvaardigen de vrees dat in het kader van het strafrechtelijk onderzoek tegen [de dochtervennootschap c.s.] het aan hen als advocaten van [de dochtervennootschap c.s.] toekomende verschoningsrecht is geschonden (rov. 5.9 tot en met 5.13).
- Gelet op de gang van zaken rondom de [accountantskantoor] -bestanden is het begrijpelijk dat [geintimeerden c.s.] inzicht willen krijgen in wat er met de [accountantskantoor] -documenten is gebeurd. Zij hebben daarom belang bij het door hen gelegde bewijsbeslag (rov. 5.14).
- Vooralsnog is niet gebleken dat de Staat in de onmogelijkheid verkeert om te voldoen aan de veroordeling die in de beschikking van 4 januari 2019 is neergelegd. In zoverre is er geen aanleiding om de dwangsommen op te heffen (rov. 5.15).
- De Staat heeft geen gevolg gegeven aan de beschikking van de strafraadkamer van 13 september 2018 en nog niet volledig voldaan aan de beschikking van de voorzieningenrechter van 4 januari 2019. [geintimeerden c.s.] hebben dus vooralsnog redenen om te betwijfelen of de Staat volledig zal meewerken aan de tenuitvoerlegging van het beslag. Daarom is het terecht dat aan de veroordeling dwangsommen zijn verbonden (rov. 5.16).
- De dwangsom zal wel worden gematigd tot een eenmalige dwangsom van € 1.000.000,-- (rov. 5.17).
- Aan de Staat moet de gelegenheid worden geboden om zijn fundamentele bezwaren tegen het ten laste van hem gelegde bewijsbeslag door de bodemrechter te laten beoordelen voordat [geintimeerden c.s.] de door hen gevorderde inzage eventueel kunnen krijgen. [geintimeerden c.s.] hebben onvoldoende spoedeisend belang bij hun vorderingen in reconventie die ertoe strekken dat zij reeds nu bij wege van onmiddellijke voorziening bij voorraad afschrift van dan wel inzage in de beslagen bescheiden krijgen (rov. 6.1).
- Er bestaat aanleiding om de Staat ook ten aanzien van de periode na dit eindvonnis te verbieden om mededelingen te doen aan derden omtrent de geprivilegieerde gegevens die in de processtukken in deze procedure zijn opgenomen (rov. 6.2.)
- de veroordeling van de voorzieningenrechter van 4 januari 2019 tot betaling van een dwangsom van € 2.500.000,-- en voorts een periodieke dwangsom van € 250.000,-- per dag indien de Staat niet geheel of niet tijdig aan de beschikking van 4 januari 2019 voldoet, opgeheven;
- bepaald dat de Staat een eenmalige dwangsom van € 1.000.000,-- verbeurt indien hij niet binnen zestien weken na betekening van de beschikking van de voorzieningenrechter van 4 januari 2019 volledig aan die beschikking voldoet;
- de Staat veroordeeld in de proceskosten van het geding in conventie, inclusief nakosten en vermeerderd met wettelijke rente;
- het vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- het in conventie meer of anders gevorderde afgewezen.
- de Staat verboden om mededelingen te doen aan derden omtrent de geprivilegieerde gegevens die in de processtukken in deze procedure zijn opgenomen;
- [geintimeerden c.s.] (overigens) niet ontvankelijk verklaard in hun vorderingen;
- [geintimeerden c.s.] in de proceskosten veroordeeld en die veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
- a. alle geprivilegieerde gegevens; en
- b. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden – waaronder e-mails, sms, Whatsapp en overige digitale berichten – over de geprivilegieerde gegevens; en
- c. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waarin een of meer van de geprivilegieerde gegevens geheel of gedeeltelijk zijn weergegeven of geheel of gedeeltelijk zijn bijgevoegd; en
- d. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waarin een of meer van de geprivilegieerde gegevens geheel of gedeeltelijk geparafraseerd zijn weergegeven; en
- e. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waaruit blijkt aan wie intern geprivilegieerde gegevens geheel of gedeeltelijk zijn verstrekt en/of doorgezonden en/of anderszins verspreid; en
- f. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waarin naar geprivilegieerde gegevens wordt verwezen of waarin geprivilegieerde gegevens zijn gebruikt; en
- g. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waaruit blijkt aan wie extern geprivilegieerde gegevens geheel of gedeeltelijk zijn verstrekt; en
- h. alle fysieke en voorts alle digitale bescheiden waaruit blijkt wie wetenschap had of heeft van de (delen van de) geprivilegieerde gegevens; en
- i. het Fiod-journaal dat betrekking heeft op [de dochtervennootschap c.s.] (in ieder geval onderzoek “ [naam onderzoek] ”);
- a. schriftelijk, onvoorwaardelijk en ondubbelzinnig aan de in het verlof van 4 januari 2019 aangestelde gerechtelijk bewaarder de instructie te verstrekken tot onmiddellijke afgifte aan de Advocaten ( [geintimeerden c.s.] plus [oud-kantoorgenoot van geintimeerde 1] , voormalig werkneemster van [advocatenkantoor] ) van een kopie van al hetgeen op grond van voornoemd verlof in bewaring is genomen; en
- b. van voornoemde instructie een deugdelijk en volledig afschrift aan mr. De Greve te verstrekken; en
- c. al datgene te doen teneinde de daadwerkelijke en onbelemmerde toegang door [geintimeerden c.s.] tot de bescheiden en de informatie waarom wordt verzocht te verstrekken en te blijven verstrekken;
subsidiair: de Staat te veroordelen om binnen 24 uren na betekening van dit vonnis alle e-mails vanaf 17 maart 2019 waarover de Staat der Nederlanden op enigerlei wijze geheel of gedeeltelijk beschikt en waarin een of meer van de volgende e-mailadressen voorkomen:
- a. [geïntimeerde 1] [e-mailadres ] ;
- b. [oud-kantoorgenoot van geintimeerde 1] [e-mailadres ] ;
- c. [geïntimeerde 2] [e-mailadres ] ;
- d. [geïntimeerde 3] [e-mailadres ] ; en
- e. [geïntimeerde 4] [e-mailadres ] ;
- (iv) de Staat te bevelen tot onmiddellijke, onvoorwaardelijke, deugdelijke en gehele nakoming van de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 13 september 2018, op straffe van verbeurte van een eenmalige dwangsom van 25 miljoen euro en van een periodieke dwangsom van 1 miljoen euro per dag of gedeelte daarvan dat niet geheel aan dit bevel wordt voldaan;
- (v) de Staat te verbieden op enige wijze gebruik te maken van de geprivilegieerde gegevens, althans de Staat te verbieden op enige wijze gebruik te maken van e-mails (inclusief bijlagen) waarover het openbaar ministerie en/of de FIOD in relatie tot dossier ‘ [naam onderzoek] ’ beschikt (a) van of aan een of meer van de Advocaten aan een of meer van [de dochtervennootschap c.s.] en voorts (b) van of aan een of meer van de betrokken [accountantskantoor] -medewerkers aan een of meer van de Advocaten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van 10 miljoen euro per overtreding indien dit bevel niet, niet geheel of niet tijdig wordt nagekomen;
- (vi) de Staat te verbieden om mededelingen te doen aan derden omtrent de geprivilegieerde gegevens die in de processtukken in deze procedure zijn opgenomen en/of daarbij zijn gevoegd, op straffe van verbeurte van een dwangsom van 10 miljoen euro per overtreding indien dit verbod niet geheel wordt nagekomen;
- (vii) veroordeling van de Staat in de proceskosten inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
- (viii) veroordeling van de Staat tot vergoeding van de beslagkosten ex artikel 706 Rv Pro zoals gespecificeerd in productie 95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2019.
- het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor in de zin van artikel 186 Rv Pro;
- het verstrekken van afschriften van, althans inzage in bescheiden in de zin van artikel 843a Rv;
- het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht in de zin van artikel 202 Rv Pro.
- alle communicatie over het onderzoek dat de advocaten hebben opgedragen aan [accountantskantoor] ;
- alle informatie die de door de advocaten inschakelde onderzoeker, de accountant [registeraccountant 3] RA, onder zich had.
- grief XXI in principaal hoger beroep: het in reconventie aan de Staat opgelegde verbod om mededelingen te doen omtrent de geprivilegieerde gegevens
- de ongenummerde grief in incidenteel hoger beroep over het niet verbinden van een dwangsom aan dit verbod
7.De uitspraak
- A. alle geprivilegieerde gegevens inclusief alle metadata en logbestanden, de audit trails en voorts in enige (al dan niet geautomatiseerde) vorm van vastlegging daarvan, waaronder – doch niet beperkt tot – de bescheiden welke op grond van de vordering verstrekking gegevens aan [hostingbedrijf] in beslag zijn genomen alsmede bij en naar aanleiding van de doorzoeking bij [accountantskantoor] in beslag zijn genomen (waaronder dus mede de gegevens zoals genoemd in het dictum van de beschikking van de strafraadkamer van de rechtbank Oost-Brabant van 13 september 2018 (rov. 6.15.4);
- B. alle fysieke en alle digitale bescheiden waaruit blijkt aan wie intern of extern de Staat geprivilegieerde gegevens geheel of ten dele heeft verstrekt, hetzij letterlijk, hetzij in geparafraseerde vorm (rov. 6.15.5);
- C. het FIOD-journaal dat betrekking heeft op [de dochtervennootschap c.s.] (onderzoek “ [naam onderzoek] ”) (rov. 6.15.6 en 6.15.7);