Conclusie
Inleiding
De procedure
De bestreden beschikking van de rechtbank
1. Feiten
2. Procesgang
3. Het toetsingskader
4. Het standpunt van de deken
5. Het standpunt van de raadslieden
6. Het standpunt van het Openbaar Ministerie
7. De beoordeling - de gevolgde procedure
De ontvankelijkheid
De (on)rechtmatigheid van de inbeslagname
Door de rechter-commissaris geraadpleegde (potentieel) verschoningsgerechtigden
De 'noodzaak'
voor de rechter-commissaris om de telefoon zelf te onderzoeken
moetzijn van geheimhouderinformatie, enkel en alleen om de reden dat de kroongetuige de telefoon aan zijn advocaat in bewaring heeft gegeven. Deze stelling is in zijn algemeenheid onjuist, omdat de advocaat, een juridisch dienstverlener, op die manier zou verworden tot een geheime 'kluis’ waarin zijn/haar cliënten alles zouden kunnen opslaan (hetgeen vervolgens wordt beschermd door het verschoningsrecht). Dat behoort niet tot de normale dienstverlening van een advocaat en daar zijn de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht niet voor bedoeld.
De inzet van geheimhouderfunctionarissen door de rechter-commissaris
8. De beoordeling - de inhoudelijke beoordeling van de klaagschriften
Het aan te leggen criterium ,
Feitenvaststelling
moetzijn geweest, is onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Verder is komen vast te staan dat de opvolgers van mr. Wiersum, te weten de AA en de huidige raadslieden van de kroongetuige, en de deken geen toegang hebben gehad tot de telefoon en de daarop aanwezige informatie.
Het oordeel
Conclusie
9. De beslissing
ongegrond.
Relevante thematiek en toetsingskader
zuiverfunctioneel verband moet staan tot de werkzaamheden. [26]
Bespreking van de namens de Deken voorgestelde middelen
De ‘noodzaak’ voor de rechter-commissaris om de telefoon zelf te onderzoeken” wijst de rechtbank er ook op dat de verschoningsgerechtigden geen wetenschap hadden van de precieze reden waarom de telefoon aan de (voormalig) advocaat van [betrokkene 1] was verstrekt en dat [betrokkene 1] zich op een voor de anonieme advocaat bedreigende wijze had uitgelaten, nadat deze weigerde de telefoon bij hem in detentie te bezorgen. Voorts wijst de rechtbank er op dat verschoningsgerechtigden zich op het standpunt hebben gesteld dat wel sprake
moetzijn van geheimhouderinformatie, enkel en alleen om de reden dat [betrokkene 1] de telefoon aan zijn advocaat in bewaring heeft gegeven. De rechtbank overweegt dat deze stelling in zijn algemeenheid onjuist is, omdat de advocaat, een juridisch dienstverlener, op die manier zou verworden tot een geheime 'kluis’ waarin zijn/haar cliënten alles zouden kunnen opslaan (hetgeen vervolgens wordt beschermd door het verschoningsrecht). De rechtbank overweegt mijns inziens terecht dat dit niet tot de normale dienstverlening van een advocaat behoort en dat de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht daar niet voor zijn bedoeld.
moetzijn van geheimhouderinformatie, enkel en alleen om de reden dat [betrokkene 1] de telefoon aan zijn advocaat in bewaring heeft gegeven. [39] De rechtbank oordeelt dus kennelijk dat er voldoende aanleiding was om aan het standpunt van de verschoningsgerechtigden te twijfelen en concludeert dan ook dat het voor de rechter-commissaris noodzakelijk was om de (inhoud van de) telefoon te (doen) onderzoeken, teneinde de standpunten van de (potentieel) verschoningsgerechtigden te kunnen beoordelen.
zodanige functionaris en op zodanige wijzedat is gewaarborgd dat het verschoningsrecht niet in het gedrang komt”.
Bespreking van de door mr. Schouten en mr. De Jong voorgestelde middelen
Slotsom