Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellante] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 28 mei 2019;
- de door [appellante] en [appellant] genomen memorie na tussenarrest.
6.De verdere beoordeling
- vergaande houtrot in kozijnen van de voorgevel, waarbij eerdere houtrotreparaties zeer onprofessioneel zijn uitgevoerd en de glaslatten niet ventilerend zijn aangebracht waardoor het proces van houtrot wordt versneld (blz. 9);
- schimmel in de woning, onder meer door onvoldoende ventilatiemogelijkheden (blz. 13 en 15);
- gebreken aan de elektrische installatie (blz. 14).
- € 700,-- aan huur over de maand april 2017, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 700,-- aan huur over de maand mei 2017, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 478,32 aan huur over de maand juni 2017 (voor de periode van 1 tot en met 11 juni 2017 € 700,-- : 30 x 11 = € 256,66 en voor de periode van 12 tot en met 30 juni 2017 € 350,-- : 30 x 19 is € 221,66), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 124,19 aan huur voor de periode van 1 tot 12 juli 2017 (€ 350,-- : 30 x 11), vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldag van deze maandtermijn.
- A. € 375,-- ter zake de kosten van de door Wooninspectie Zeeland op 7 oktober 2016 uitgevoerde bouwtechnische keuring;
- B. € 170,-- ter zake een op zondag 20 november 2016 door de firma [firma] aangebrachte noodvoorziening.
- de kosten van de noodvoorziening volgens het Besluit kleine herstellingen voor rekening van [appellante] en [appellant] komen;
- de kosten van de noodvoorziening niet voor zijn rekening komen omdat [appellante] en [appellant] de ruitschade zelf veroorzaakt hebben.
- de ontbinding van de huurovereenkomst;
- de veroordeling om het gehuurde te ontruimen;
- de afwijzing van de vordering tot veroordeling van [woonplaats] tot herstel van gebreken.
7.De uitspraak
- € 700,-- aan huur over de maand april 2017, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 700,-- aan huur over de maand mei 2017, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 478,32 aan huur over de maand juni 2017, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van deze maandtermijn;
- € 124,19 aan huur voor de periode van 1 tot 12 juli 2017, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldag van deze termijn;
- de veroordeling van [appellante] en [appellant] in reconventie om aan [woonplaats] € 8.699,99 te betalen ter zake achterstallige huur over de periode tot 1 april 2017, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldata van de huurtermijnen;
- de veroordeling van [appellante] en [appellant] in de proceskosten van de gedingen in conventie en in reconventie;