Belanghebbende, een eenmanszaak in gebruikte auto's, werd geconfronteerd met aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, Zorgverzekeringswet en naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2010 en 2011. De Inspecteur stelde vast dat belanghebbende aanzienlijke inkomsten en omzet niet had aangegeven, onderbouwd met een vermogensvergelijking. Belanghebbende voerde aan dat uitgaven met gokwinsten bij Holland Casino waren gedaan, maar het Hof achtte dit niet aannemelijk.
De Rechtbank had de aanslagen en boetes verminderd wegens procedurele tekortkomingen en matiging vanwege de omkering van de bewijslast. Het Hof vernietigde deze uitspraak, bevestigde dat belanghebbende opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan en dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt. De boetes werden passend geacht maar gematigd met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Verder werd een vergoeding wegens immateriële schade toegekend voor de overschrijding in de hoger beroepsfase en een proceskostenvergoeding vastgesteld. Het Hof bepaalde dat de minister voor Rechtsbescherming deze bedragen moet vergoeden. De uitspraak bevat een gedetailleerde beoordeling van feiten, bewijs, standpunten en juridische gronden.