ECLI:NL:GHSHE:2010:BP3278
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing navorderingsaanslagen en boetes wegens buitenlandse banktegoeden
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes over de jaren 1990 tot en met 2000 wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij Kredietbank Luxemburg. Na aanvankelijke ontkenning gaf belanghebbende in 2010 alsnog openheid van zaken door rekeningafschriften te overleggen, waarop de navorderingsaanslagen van 1990 tot en met 1993 werden vernietigd.
Het Hof onderzocht uitgebreid de rechtmatigheid van het verkregen bewijs, waaronder het renseignement uit België, de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder, de toepassing van het fictief rendement, en de rechtmatigheid van de boeteoplegging. Ook werd aandacht besteed aan het recht van belanghebbende om te zwijgen, de toepassing van de verlengde navorderingstermijn en de redelijke termijn van berechting conform artikel 6 EVRM Pro.
Belanghebbende voerde aan dat het renseignement onrechtmatig was verkregen, dat de boetes geen wettelijke basis hadden voor bepaalde jaren, en dat de Inspecteur onzorgvuldig en onbevooroordeeld had gehandeld. Het Hof oordeelde dat het renseignement als bewijs kon worden gebruikt, de identificatie voldoende was, en dat het fictief rendement niet in strijd was met het EU-recht. Wel werd de boete gematigd naar 80% vanwege undue delay.
De uitspraak bevatte ook een uitgebreide procedurele geschiedenis, met meerdere zittingen, verzoeken om informatie, en een geheimhoudingskameruitspraak. De Inspecteur handhaafde de aanslagen en boetes, terwijl belanghebbende diverse bezwaren en klachten indiende. Uiteindelijk handhaafde het Hof de aanslagen, met uitzondering van de vernietiging van de jaren 1990-1993, en matigde de boetes.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 1990-1993 vernietigd, overige jaren gehandhaafd, boetes gematigd naar 80% wegens undue delay.