Uitspraak
1.Het geding in eerdere instanties
2.Het geding in hoger beroep na verwijzing
- de brief van [appellant] met het volledige procesdossier tot en met de procedure in cassatie en het verzoek de zaak in behandeling te nemen, ingekomen ter griffie op 24 september 2019;
- de memorie na verwijzing van [appellant] met productie 24, ingekomen ter griffie op 25 oktober 2019;
- de memorie van antwoord na verwijzing van Achmea met productie 1, ingekomen ter griffie op 20 december 2019;
- een brief van mr. Van Voorthuizen met aanvullende productie 43, ingekomen ter griffie op 5 juni 2020;
- een brief van mr. Van Voorthuizen met aanvullende productie 44, ingekomen ter griffie op 9 juni 2020;
3.De verzoeken in hoger beroep na verwijzing
4.De vaststaande feiten
5.De beoordeling na verwijzing
op basis van een ACOM aneurysma, waarvoor coiling, rapporteert pt. cognitieve klachten op het gebied van concentratie en tempo. Tevens bemerkt pt. vermoeidheid, een korter lontje en een aantal lichamelijke klachten.
“Hij heeft de bekende post-SAB klachten, met name verhoogde vermoeibaarheid en concentratiestoornissen. Dat is destijds al een keer middels neuropsychologisch onderzoek geëvalueerd. Het lijkt wenselijk om de stand van zaken op dit moment op te maken (…).”