Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
6.De beoordeling
€ 3.918,-
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele procedure vordert appellant vergoeding van €46.000 wegens beroepsaansprakelijkheid van geïntimeerde, een notaris, die bij de levering van een historisch pand het tarief van 6% overdrachtsbelasting hanteerde in plaats van het mogelijk toepasselijke 2%-tarief voor woningen.
Appellant stelt dat het pand, hoewel in gebruik als kantoorpand, kwalificeert als woning in de zin van artikel 14 lid 2 Wet Pro op belastingen van rechtsverkeer, zodat de notaris had moeten onderzoeken of het lagere tarief van toepassing was. De notaris handelde echter op basis van een gedetailleerde instructie van een gevolmachtigde en aanwezige documenten waarin het pand als kantoorpand werd aangeduid.
Het hof oordeelt dat de notaris niet tekort is geschoten omdat hij mocht vertrouwen op de instructies en beschikbare informatie, en geen aanwijzingen had dat nader onderzoek noodzakelijk was. Ook rustte op de notaris geen plicht om ambtshalve bezwaar te maken binnen de bezwaartermijn. De vorderingen van appellant worden afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens het ontbreken van tekortkoming door de notaris.