Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.Wet en Wetsgeschiedenis
tijdelijkverlaagd, nl. voor woningen (etc.) verkregen tussen 15 juni 2011 en 1 juli 2012. Beoogd werd de gestagneerde woningmarkt een impuls te geven en bij te dragen aan het herstel van financiële stabiliteit na de kredietcrisis. Het persbericht vermeldde:
wide margin of appreciationgeldt: [6]
3.Jurisprudentie
curs. in origineel):
aardals woning heeft verloren. De indeling van de onroerende zaak is ongewijzigd gebleven, er was ten tijde van de verkrijging sprake van een – zij het bescheiden – kookgelegenheid, bad en douche konden worden aangesloten op de bestaande leidingen. De onroerende zaak kon derhalve met zeer beperkte aanpassingen weer worden bewoond. De aard van de onroerende zaak is derhalve woning gebleven. Het tussentijdse gebruik als kantoor, doet daaraan niet af.”
unitsover voldoende individuele c.q. gedeelde voorzieningen beschikken om naar hun aard bestemd te zijn voor bewoning, terwijl het hospice geen verpleeg- of verzorgingsinstelling is die onder de in de MvT opgenomen negatieve lijst valt:
4.Literatuur
5.Analyse
private equitytot meer of andere verhuisbewegingen zou leiden dan het geval zou zijn geweest zonder die koop. Dat valt evenmin in te zien bij recreatiewoningen, die vaak niet eens permanent bewoond mogen worden, en bij woningen die voor de koper een tweede huisje zijn. Bij verkrijging van sloopwoningen is voorts voor het verlaagde tarief kennelijk niet vereist dat na de sloop nieuwe woningen zullen verrijzen (zie het antwoord op vraag 9 in onderdeel 2.6: ongespecificeerde ‘nieuwbouw’). [50] Het door de wetgever gekozen criterium ‘naar zijn aard bestemd voor bewoning’ is dus, bezien vanuit zijn verklaarde doelstelling ‘doorstroming op de woningmarkt’ zowel aanzienlijk
overinclusiveals aanzienlijk
underinclusive.
aardvan de onroerende zaak volgt dat hij
bestemdis om woning te zijn: hij moet objectief een ‘woonaard’ hebben, dus niet een ‘hotelaard’, ‘ziekenhuisaard’, ‘kantooraard’, ‘bedrijfsaard’, ‘asielaard’, of ‘internaataard’ (etc.).
multi purposegebouwen, die niet een afgebakend woondeel en een afgebakend ander deel hebben, maar die
in hun geheelofwel woning ofwel iets anders kunnen zijn en naar aard en ontwerp ook zo zijn gebouwd (dubbelaardigen). Ik geef daarvan in onderdeel 5.15 een voorbeeld.
Van Dijk’s Boekhuis: [54]
Mede op grond van dit oordeel is het Hof, aldus - anders dan middel 2 betoogt - in overeenstemming met het spraakgebruik, tot de gevolgtrekking gekomen dat een goed is voortgebracht dat tevoren niet bestond.”
Van Dijk’s Boekhuislijkt zich na enige aanpassing goed te lenen voor de beoordeling of na verbouwing van een niet-woning een woning is ontstaan: er moet een zaak voortgebracht zijn die tevoren niet bestond; de werkzaamheden van architect en aannemer moeten een zaak doen ontstaan waarvan de functie volgens objectieve bouwkundige inzichten verschilt van de functie die de verstrekte materialen (het gebouw vóór verbouwing) hadden. Daarbij moet de administratie c.q. de rechter letten op het gebruik dat van de zaak kan worden gemaakt. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden die, hoe ingrijpend ook, aan het pand slechts de functie teruggeven die het voordien had, zonder dat een nieuwe zaak en een nieuwe functie ontstaat, veranderen aard en bestemming niet.
aardbestemd voor bewoning. Het is ontworpen en gebouwd als woning, de bouwkundige aard en indeling zijn niet gewijzigd en het is juist expliciet de bedoeling om het pand
als woonhuiste conserveren. Er zit een prachtige keuken in (en een minder prachtige badkamer). Het gaat, aldus de website, om “het woonhuis van de Amsterdamse regentenfamilie Van Loon. (…) In een van de fraaiste huizen van de stad kan de bezoeker een glimp opvangen van de wooncultuur van de Amsterdamse familie Van Loon.” Dat maar zeer weinig particulieren zich nog zouden kunnen veroorloven om er daadwerkelijk te wonen en dat het bestemmingsplan misschien inmiddels ‘museumdoeleinden’ aanwijst, wijzigt de woonaard van het pand mijns inziens net zo min als het feitelijke gebruik als museum of als
venue. Dat de feitelijke functie voor onbepaalde tijd is gewijzigd, neemt niet weg dat de objectieve bouwkundige aard ongewijzigd is. Dat zou anders kunnen zijn als er ingrijpend verbouwd zou zijn om een museumcafé, een museumshop en andere publieksruimten te creëren. Als contrast wat ‘naar zijn aard bestemd’ betreft, noem ik het recent geopende museum Voorlinden in Wassenaar, dat juist ontworpen en gebouwd is als publieke tentoonstellingsruimte en dat dan ook bij eerste aanblik zowel van buiten als van binnen faalt voor een
elephant test [56] ). Een verbouwing zou hier zéér ingrijpend moeten zijn om het gebouw objectief de bouwkundige aard en functie van woning te geven.
bed & breakfast. Weliswaar valt volgens de parlementaire geschiedenis een hotel buiten de faciliteit, maar naar zijn
aardis een dergelijk pand mijns inziens geen hotel; naar zijn aard is het nog steeds bestemd voor permanente bewoning. De negatieve lijst die de regering gaf (zie 2.9) kan mijns inziens, gezien het in de parlementaire geschiedenis als beslissend gestelde criterium (‘naar zijn aard bestemd’) en de gegeven voorbeelden, niet zien op het feitelijke gebruik (als bedrijfsgebouw, hotel, asielzoekerscentrum of internaat), maar alleen op de objectieve (bouwkundige) aard van het gebouw: is het gebouwd als - of structureel verbouwd tot - bedrijfsgebouw, hotel, asielzoekerscentrum of internaat? Dat volgt overigens ook uit de de negatieve lijst zelf, waaop ook figureert de ‘onroerende zaak
die bestemd is voorgebruik als een verpleeg- of verzorgingsinstelling of ziekenhuis’ (
curs. PJW). Het gaat dus om de bestemming en niet om het feitelijke gebruik, zoals eerder bleek: verkrijging van gebouwen die naar hun (bouwkundige) aard (nog steeds) kleuterschool, hotel of kantoor zijn, wordt niet gefaciliteerd, ook al worden zij structureel bewoond, en wél gefaciliteerd wordt de verkrijging van onroerende zaken die nog niet of niet meer als woning gebruikt kunnen worden, omdat ze nog niet bestaan (fundamenten) of omdat ze gesloopt zullen worden. De negatieve lijst zet dus niet het criterium ‘naar zijn aard’ opzij als het feitelijke gebruik anders is dan de bouwkundige aard en bestemming.
6.Samenvatting en conclusie
nogniet (fundamenten; casco) of niet
meer(sloopwoningen) feitelijk geschikt te zijn voor bewoning, als de bouwkundige aard van wat er staat maar objectief wijst op woonfunctie en -bestemming. Het gaat dan om indeling (er moet in elk geval slaapgelegenheid (geweest of voorzien) zijn) en de (voorziene) aan- of afwezigheid van leidingen en aansluitingen voor sanitaire voorzieningen (de voorzieningen zelf hoeven nog niet aanwezig te zijn), met name bad/douche en wc (en van ruimten daarvoor), nutsvoorzieningen, met name verwarming, en kookgelegenheid.