Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, waaronder begrepen het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, en producties, ingekomen ter griffie op 26 maart 2020;
- het verweerschrift inclusief incidenteel hoger beroep met één productie, ingekomen ter griffie op 20 mei 2020;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep, ingekomen ter griffie op 2 juni 2020;
- een V6 formulier en begeleidende brief van [de werknemer] met producties 54 en 55, ingekomen ter griffie op 21 juli 2020;
3.De beoordeling in het principaal en incidenteel hoger beroep
“Zeer recentelijk hebben wij meerdere mails uit uw zakelijk mailbox boven water gekregen. Deze mails wekken zeer sterk het vermoeden dat u gedurende uw dienstverband (nog tot vlak voor uw afmelding) concurrerende activiteiten c.q. nevenwerkzaamheden hebt verricht (in naam van [onderneming] Project B.V.), en daarmee schade berokkent aan onze organisatie.
‘het vermoeden dat u gedurende uw dienstverband (nog tot vlak voor uw afmelding) concurrerende activiteiten c.q. nevenwerkzaamheden hebt verricht (in naam van [onderneming] Project B.V.), en daarmee schade berokkent aan onze organisatie.’In de ontslagbrief is daarbij gerefereerd aan
‘meerdere mails uit uw zakelijk mailbox’.
“De auteur vraagt duidelijkheid over de vraag of met de «billijke vergoedingen» zoals opgenomen in de artikelen 7:681 BW en 7:682, derde, vierde en vijfde lid, BW hetzelfde type vergoeding is bedoeld als de vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zoals deze elders in het wetsvoorstel is opgenomen. Hierover bestaat in de literatuur discussie. Hierbij kan de regering bevestigen dat er sprake is van hetzelfde type vergoeding; in de artikelen 7:681 BW en 7:682, derde, vierde en vijfde lid, BW is er voor de daarin bedoelde specifieke gevallenreeds invulling gegeven aan de ernstige verwijtbaarheid.”(Kamerstukken I 2013/14, 33818, C, p. 113) [onderstreping hof].
“werkzaamheden voor derden”, is vermeld:
“Werknemer zal zonder schriftelijke toestemming van werkgever geen werkzaamheden voor derden verrichten en zich onthouden van zaken doen voor eigen rekening.
“geheimhouding”, is vermeld:
“Werknemer zal zowel tijdens als voor onbeperkte duur na beëindiging van deze overeenkomst geheimhouding betrachten van alle gegevens omtrent werkgever, waaronder die omtrent haar medewerkers, haar producten, haar werkmethoden, haar klanten en haar overige relaties, behoudens gegevens welke duidelijk niet van vertrouwelijke aard zijn of welke werknemer aantoonbaar ook zonder dienstverband met werkgever zou hebben gekend.”. In artikel 11 van Pro de arbeidsovereenkomst is op overtreding van deze bepalingen een boete gesteld. Volgens Solid Air heeft [de werknemer] deze bedingen overtreden en boetes verbeurd.
“Bel mij maar; spreken wij een keer af”. Hoewel het hof het niet correct acht dat [de werknemer] deze informatie aan [onderneming] heeft gegeven, gaat het te ver om dit te beschouwen als vertrouwelijke informatie nu C&A helemaal niets heeft meegedeeld naar aanleiding van de suggestie van [de werknemer] . Solid Air heeft onvoldoende weersproken dat de onderhoudsklus bij C&A werk betrof dat niet tot haar gebruikelijke bedrijfsactiviteit behoorde. Om die reden hoefde [de werknemer] er niet op bedacht te zijn dat hij vertrouwelijke informatie zou prijsgeven.