Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[appellant 5] ,
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 7 mei 2019, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- de brief van 6 augustus 2019 van mr. Bedaux;
- de reactie daarop van het hof van 20 augustus 2019;
- de bij H-12 formulier van 3 oktober 2019 door de Stichting overgelegde productie 79 en 80;
- de brief van 30 oktober 2019 van mr. Bedaux, met daarbij gevoegd productie 81 (dit is evenwel hetzelfde rapport als overgelegd als productie 80, eigenlijk is er dus geen productie 81, zoals op de comparitie door mr. Bedaux is erkend);
- de bij H-12 formulier van 11 november 2019 door de Stichting c.s. overgelegde productie 82, 83a en 83b;
- de bij H-12 formulier van 15 november 2019 door de Stichting c.s. overgelegde producties 84a t/m c;
- de bij H-16 formulier van 13 november 2019 door de Staat overgelegde producties 76 t/m 79;
- het proces-verbaal van de op 28 november 2019 gehouden meervoudige comparitie;
- de brief van mr. Bedaux van 31 december 2019, waarin hij reageert op het proces-verbaal van de comparitie en de brief van 8 januari 2020 van mr. Teuben, waarin zij eveneens een aantal opmerkingen plaatst bij genoemd proces-verbaal; beide brieven zijn aan het proces-verbaal gehecht en behoren tot de processtukken.
6.De verdere beoordeling
Schema 1Indeling van functies op de POMS-locaties in vier groepen van blootstelling aan chroom-6”. Groep 1 betreft functies met mogelijk directe blootstelling aan chroom-6, groep 2 functies met aannemelijke achtergrondblootstelling, groep 3 functies met mogelijk incidentele blootstelling en groep 4 functies met verwaarloosbare blootstelling.
Schema 2Ziekten* die door chroom-6 kunnen worden veroorzaakt”.
Schema 3Mogelijkheid dat ziekten* zijn veroorzaakt door blootstelling aan chroom-6 op de POMS-locaties”. Onder aan de pagina is achter * vermeld: “ Het schema vermeldt zowel ziekten die reeds zijn opgetreden als ziekten die in de toekomst nog kunnen optreden (uitgezonderd perforatie van het neustussenschot door chroomzweren en chroom-6 gerelateerde allergische aandoeningen).” Dit schema koppelt de ziekten van schema 2 aan de functiegroepen 1 t/m 4 van schema 1. Dit schema ziet er, voor zover thans van belang, als volgt uit:
zorgplichtschending(die intussen heeft plaatsgevonden) en de erkenning van
aansprakelijkheid in individuele gevallen. Voor dit laatste is – naast de vaststelling dat de zorgplicht is geschonden – ook nodig dat causaal verband kan worden vastgesteld tussen de (onrechtmatige) blootstelling aan chroom-6 en de aandoeningen waaraan de individuele werknemers lijden.
onrechtmatigheidvan het feitelijk handelen (voor zover dat bestaat uit de blootstelling aan chroom-6) vast staat, maar de
aansprakelijkheidvan Defensie voor dit handelen in individuele gevallen niet. (…)
mogelijk kunnen zijn veroorzaaktdoor blootstelling aan chroom-6. Aan [appellant 2] is namelijk op grond van de uitkeringsregeling een uitkering toegekend in verband met allergisch contacteczeem, rhinitis en COPD, aan [appellant 3] wegens allergisch contacteczeem en allergisch astma, aan [appellant 4] voor allergisch contacteczeem en aan [appellant 5] voor rhinitis (zie hiervoor r.o. 6.1.3 t/m 6.1.6).
- wegens schending van informatieplichten, mede gebaseerd op het EVRM, een bedrag van € 7.072,69;
- wegens ongerechtvaardigde verrijking een bedrag van € 1.000,00;
- voor angstschade een bedrag van € 1.000,00;
- welke bedragen opgeteld worden beperkt tot een bedrag van € 9.000,00.
recht op een immateriële schadevergoeding. In Guerra/Italië is in 1998 de hoogte van deze immateriële schadevergoeding door het EVRM vastgesteld op