Belanghebbende, woonachtig in Mexico, bezit een appartement in Nederland waarvan hij de helft van de waarde als bezitting in box 3 heeft aangegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting 2018. De inspecteur legde aanslag op over het forfaitair bepaalde voordeel uit sparen en beleggen, waartegen belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch stond centraal of de aanslag en de bijbehorende belastingrente terecht zijn opgelegd. Het geschil betrof de belastingheffing over fictieve inkomsten uit de exploitatie van het appartement, terwijl belanghebbende geen werkelijke inkomsten uit verhuur of exploitatie had genoten.
Het hof oordeelde dat het appartement terecht in de grondslag van box 3 is begrepen, omdat het begrip 'exploitatie' in het belastingverdrag tussen Nederland en Mexico ruim moet worden uitgelegd en ook forfaitaire voordelen omvat. Nationale fiscale ficties en forfaits zijn toegestaan bij de uitleg van het verdrag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aanslag en beschikking bleven in stand, en het griffierecht werd niet vergoed. Er werden geen proceskosten toegewezen.