Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 7 augustus 2020;
- een brief van [de werknemer] met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 30 juni 2020, ingekomen ter griffie op 14 augustus 2020;
- het verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 23 oktober 2020;
- een brief van [de werknemer] met productie 13, ingekomen ter griffie op 8 december 2020;
- [de werkgever] , vertegenwoordigd door de heer [algemeen en statutair directeur] (algemeen en statutair directeur) en de heer [financieel en statutair directeur] (financieel en statutair directeur), bijgestaan door mr. Hendriks;
- de ter zitting in hoger beroep door beide advocaten overgelegde en voorgedragen pleitnota’s.
3.De beoordeling
gezien de komst van [algemeen en statutair directeur] . Overigens, en geheel ten overvloede, is met jou meermalen voorafgaand aan 25 februari gecommuniceerd, onder andere in het bijzijn van [lid Raad van Advies 1] , over het feit dat er een extern iemand zou worden aangezocht voor de positie van algemeen directeur.
Per direct leg jij, door middel van ondertekening van deze brief, jouw positie als statutair bestuurder van [de werkgever] Holding [holding] neer. Jij verleent je volledige medewerking aan het uitschrijven als statutair bestuurder uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Jouw arbeidsovereenkomst met [de werkgever] Holding BV blijft in stand.
Met ingang van vandaag wordt jij, gedurende een periode van twaalf maanden, vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden voor [de werkgever] Holding BV en gelieerde vennootschappen en ondernemingen en zal jij ook niet bij deze bedrijven verschijnen en/of contact hebben. Jouw salaris in Nederland wordt op de gebruikelijke wijze doorbetaald. Tevens blijf je recht houden op je vergoeding van [bedrijf 3] .
in het incidenthet verzochte afgewezen, zich bevoegd verklaard om van het geschil tussen partijen kennis te nemen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
In de hoofdzaakheeft de rechtbank de arbeidsovereenkomst tussen [de werknemer] en [de werkgever] ontbonden per 1 september 2020 (op grond van een verstoorde arbeidsverhouding), [de werkgever] veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding aan [de werknemer] van € 30.272,13 bruto, deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de proceskosten tussen partijen gecompenseerd en het meer of anders verzochte afgewezen.
in het incidentverzocht te bepalen dat de rechtbank zich onbevoegd had moeten verklaren om kennis te nemen van het verzoekschrift van [de werkgever] in eerste aanleg en de zaak alsnog te verwijzen naar de bevoegde (kanton)rechter.
in de hoofdzaakverzocht
ubsidiair
‘de zeer complexe verhoudingen en de uiterst moeizaam verlopen evaluatie,’waarop hij destijds niet inhoudelijk in is gegaan).