ECLI:NL:GHSHE:2021:980
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek dwangregeling wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijk schikkingsvoorstel
Appellanten hebben bij de rechtbank een verzoek ingediend om ABN AMRO te dwingen in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet, nadat ABN AMRO weigerde mee te werken. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat ABN AMRO in redelijkheid tot weigering kon komen.
In hoger beroep handhaafden appellanten hun verzoek en voerden vijf grieven aan, waaronder onduidelijkheid over het schikkingsvoorstel, onvoldoende onderbouwing van het uiterste bod en de arbeidsongeschiktheid van een van hen. ABN AMRO verscheen niet ter zitting maar bleef bij haar standpunt.
Het hof oordeelde dat het schikkingsvoorstel dermate onduidelijk was dat het niet aan de wettelijke toets voldeed. Er was geen zekerheid over de beschikbaarheid van akkoordgelden en het bod kon niet als het uiterste worden beschouwd. Ook de stellingen over arbeidsongeschiktheid en het niet betrekken van inkomsten van meerderjarige kinderen werden verworpen.
Daarmee faalden alle grieven en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Het hof zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en wees het verzoek tot dwangregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot dwangregeling af wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheid van het schikkingsvoorstel.